Posts tonen met het label Randwijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Randwijk. Alle posts tonen

27 januari 2024

Een wereld van verschil


Gisteravond was ik in het Dordtse theater en werd ik geboeid door de mooie en ook ontroerende jeugdherinneringen van Diederik van Vleuten, geboren in Den Haag. Hij nam zijn gehoor mee naar zijn jeugd in de jaren 60: eerste mens op de maan, Vietnamoorlog, een TV in de huiskamer, zomervakantie in de Dordogne, vrije liefde... Ook een citaat waarin vroeger opgeroepen werd massaal op Willem Drees te stemmen.

Vanmorgen valt mijn oog op een Facebookbericht van de community Dorpen Midden Betuwe. Een fragment van een oud krantenartikel over Randwijk, het dorp van mijn jeugd. Op de basisschool aldaar is een leerling in 1971 van school gestuurd omdat zijn haar te lang is. Ik herinner me het nog goed: het haalde Randwijk uit zijn winterslaap.

Onze zomers brachten wij plattekindskinderen door in het zwembad, gemaakt van strobalen en landbouwplastic, op een gierput achter onze boerderij. Boer Koekoek was onze politieke redder. De eerste TV kwam in ons huis eind jaren 70. Het draagbare TV-tje van een zus kwam in de huiskamer en met rode oortjes keken we Waldolala. Zo vingen we toch een glimp op van de vrije liefde, in onze kringen streng verboden: zeker in de openbaarheid.

20 september 2023

Handjeklap

Gisteren bezocht ik het congres HRM in de zorg in Den Bosch. Verschillende zorgorganisaties presenteerden daar hun nieuwe manier van werken als het gaat over het werven én behouden van hun collega´s in de gezondheidszorg. We stonden stil bij uitdagingen waarmee de gezondheidszorg te maken heeft, nu en in de toekomst. 
Het congres was in het congrescentrum 1931, een bijzonder ontwerp, en mijn collega vroeg zich af welke functie dit gebouw vroeger had. Misschien waren het wel de hallen van de veemarkt opperde ik. We hadden het kunnen zien: op verschillende plaatsen herinnerden grote zwart-witfoto's aan, inderdaad: de veemarkt. 

Het is vandaag 114 jaar geleden dat mijn vader het levenslicht zag. Geboren in 1909, overleden in 1997.
Hij was boer, maar was het liefst veehandelaar geworden.

22 maart 2023

Olifanten en elastieken

Rond de jaren vijftig-zestig van de vorige eeuw schijnen katholiek en protestant Randwijk flink met elkaar in de clinch te hebben gelegen over een wijkgebouw.

De gemoederen liepen op en er werden uitspraken gedaan die deden denken aan eeuwen daarvoor. 

De inwoners van Randwijk bezochten de Nederlands Hervormde kerk in de Kerkstraat, ze gingen naar een kleine Gereformeerde kerk in de Erfstraat of naar de Rooms-Katholieke kerk in Indoornik. In de Kerkstraat stond ook de School met den Bijbel met meester Koster aan het roer en in Indoornik stond de Piusschool waar meester Panis de scepter zwaaide. Ik was leerling van de School met den Bijbel van 1970 tot en met 1977. 

De dagen voor Koninginnedag, die dag werd gezamenlijk gevierd, waarschuwde meester Koster ons om niet met de katholieken deze dag te vieren.

04 februari 2021

Coba met de korte beentjes en nog vele anderen

Een oud-Randwijkse sprak laatst met een andere oud-Randwijkse. Een van hen las op een Facebook-pagina over Opheusdense bij-namen. Wat iemands burger-achternaam was, dat wist vroeger niemand in de dorpen. 

Maar als je naar de Preuten moest, dan wist iedereen waar je aan de Bredeweg in Randwijk moest aankloppen (zie ook blog “Kees van Geurt van Karel” uit 2014).

Enthousiast somden de dames op welke bijnamen zij zich herinnerden. Met behulp van familieleden en (zie updates maart 2021) Randwijkers of oud-Randwijkers is een hele lijst met bijnamen en bijbehorende personen of families verzameld. 

Weet jij nog welke oud-Randwijkers hiermee worden bedoeld?

Adje Patat, Anna van Bet. Baantje Poep, Benenbreker, Blekken Dominee, Bommel, Burgemeester, 

01 november 2020

Failliet

Op het moment dat ik als kind een pyjama voor mijn verjaardag kreeg en we één schepje suiker mochten gebruiken voor twee kopjes koffie, dan wist ik dat voor dat jaar de bodem van onze schatkist in zicht was. En de bank wilde ook zijn jaarlijkse centjes. Zorgen voor mijn ouders, slapeloze nachten, waarvan de buitenwereld niet mocht weten.

Na de melkveehouderij gingen mijn ouders over op het houden van fokvarkens en later weer lag het accent op mestvarkens. Er werd gekozen voor de beste mogelijkheden die pasten bij de situatie van dat moment. 

Vandaag lees ik in Dagblad De Tijd van 14 januari 1933 dat het boerenbedrijf van mijn opa: Aalbert van Deelen sr., wonende in het buurtschap Emmikhuizen in Renswoude, op 11 januari 1933 failliet is verklaard. Een gezin met zes thuiswonende kinderen staat op straat en vindt een jaar lang onderdak bij het gezin van een van de getrouwde kinderen in Driebergen-Rijssenburg. Daarna pakt hij een nieuwe kans en begint een nieuw bedrijf in Randwijk.

De boerderij van mijn opa is een van de ontelbare bedrijven die wereldwijd ten onder ging als gevolg van een crisis die de grootste economische crisis van de twintigste eeuw wordt genoemd.

10 mei 2020

Dit is mijn uitspraak … Teuntgen Peters contra Jan Henricksz te Randwijck …

Teuntje Peters, is een arme eenvoudige dienstmaagd uit Randwijk. Haar vader is schoenlapper. Op een dag ontmoet zij Jan Hendriks, een jongeman uit Ede. 
Jan werkt voor zijn ouders. Zij bezitten een aardige boerderij in Randwijk. Als hij trouwt, dan is het fijn als zijn vrouw ook wat geld meebrengt. Zo kan hij zich langzamerhand wat omhoog boeren. Jan kan later het bedrijf overnemen.

Maar de verleiding is groot en Jan legt het aan met Teuntje of Teuntje legt het aan met Jan: wie zal het zeggen? Jan spreekt vleiende woorden en doet mooie beloften. Van het een komt het ander en Teuntje ontdekt dat zij in verwachting is. Er moet getrouwd worden, denkt Teuntje. Een prachtige toekomst ligt in het verschiet, denkt Teuntje. Dat zullen we nog wel zien, denkt Jan.

Het komt tot een civiel proces bij het Hof van Gelre. Op 30 oktober 1641 is de zitting, gevolgd door de uitspraak.

Teuntje verschijnt met haar broer Peter. Teuntje eist een huwelijk. Zij voert aan dat het delen van het bed onder dwang heeft plaatsgevonden, dat Jan heeft beloofd met haar te zullen trouwen. Jan ontkent en getuigen ontbreken. 
De rechter denkt na en vertelt over de uitspraken bij vergelijkbare rechtszaken. Het standsverschil speelt ook een rol. Een arme schoenlappersdochter tegenover een boerenzoon uit een gegoede familie. 
Dan komt Jan een klein stukje over de brug: hij is bereid het kind te erkennen. 

De rechter besluit: de eis van Teuntje wordt niet ontvankelijk verklaard. Er komt geen trouwerij. Wel moet Jan het kind erkennen en een financiële bijdrage leveren aan het levensonderhoud. 

… en daar moet je het mee doen Teuntje. 

(Gelders Archief; civiele procesdossiers Hof van Gelre 1543 – 1811, 5188; met dank aan Linette voor de transcriptie)

01 september 2019

Ha fijn ha fijn ...

... een borrel van Floryn

Deze week was ik in het Jenevermuseum in Schiedam. Bij binnenkomst liep ik direct aan tegen de groene fles van de jenever van Floryn. Die fles bracht mij terug naar mijn vroege jeugd. 

Een buurman kwam regelmatig een borrel bij ons halen. Hij was hartpatiënt en de dokter had hem “verboden” nog te drinken. In het café zag je hem daarom niet meer, maar bij ons (en wie weet bij nog veel andere dorpsbewoners) kon hij nog wel een jonge krijgen. Wij als kinderen kregen dan van hem een gulden als dank. Fijn voor onze spaarpot.

De fles jonge jenever stond op de trap in een van onze kelders. Als klein kind moest ik twee keer per dag in diezelfde kelder het brood halen. Op de terugweg liep ik langs de voorraad sterke drank die op de traptreden stond uitgestald: cognac, schilletje en jonge jenever. En net als onze buurman lustte ik wel een slokje. Jonge jenever kon mij niet bekoren, maar schilletje smaakte me overheerlijk.

15 juli 2019

Lest we forget – Arthur W. Grime (1920-1944)




Onder de naam Operatie Market Garden vielen de geallieerden in september 1944 de Duitse bezetter aan. Met de inzet van ruim 35000 luchtlandingstroepen probeerden de geallieerden strategische bruggen in Nederland te veroveren. 
De operatie had niet het gewenste doel, omdat men er niet in slaagde de cruciale brug bij Arnhem in te nemen. Toch kregen wij onze vrijheid terug, dankzij de inzet van deze geallieerden. In september herdenken wij dat deze operatie 75 jaar geleden plaats had.

Achter zo’n grote operatie zitten veel persoonlijke verhalen. Want deze militairen lieten voor onze vrijheid hun land, vader, moeder, vrouw en kinderen achter. Veel ervan gaven ook hun leven en keerden nooit meer terug. Zo ook Arthur Wilfred Grime. Zijn verhaal hoorde ik onlangs van zijn familie.

Op zondagavond 24 september 1944 werd een Mosquito MT 134 jachtbommenwerper van de RAF 613 Squadron, waarschijnlijk door eigen vuur neergehaald. Het vliegtuig stortte neer achter de woning van de familie C. Arnoldussen aan de Hemmensestraat in Randwijk en vloog direct gedeeltelijk in brand. Zowel de piloot Flying Officer Arthur W. Grime als de navigator Sergeant James McDowell kwamen daarbij om het leven.

Zij werden eerst naast elkaar begraven op het erf van boerderij Het Klaphek op de hoek Bredeweg - Nijburgsestraat, een halve meter van de weg en evenwijdig aan de Nijburgsestraat, tegenover café Sanders. Het was een provisorisch graf, want ooggetuigen zagen de neuzen van de schoenen door de aarde steken; de hoofden richting Heteren, de voeten richting Zetten. Op het graf stond een wit houten kruis. Later zijn zij met militaire vrachtwagens opgehaald en herbegraven op de Airborne begraafplaats te Oosterbeek. Een derde bemanningslid overleefde het ongeval.

Arthur Wilfred Grime werd geboren in 1920 en was de zoon van Leonard en Alice. Leonard noemde zijn zoon naar zijn broer die in de Eerste Wereldoorlog omkwam in Frankrijk. De vader van Arthur was opgeleid tot accountant en had zich ontwikkeld tot een invloedrijk zakenman in het Engelse Lancashire.

Arthur was een serieuze jongen. Hij werd door zijn ouders gestimuleerd om, net als zijn vader, accountancy te gaan studeren.  Arthur, erg goed in wiskunde en hoofdrekenen, voltooide de studie tot accountant en ging werken in het bankwezen. Maar accountancy had niet zijn hart.

Toen de oorlog kwam werd hij vrijwilligersreserve bij de Royal Air Force.  Daar werd hij geselecteerd om in Canada de opleiding tot piloot te gaan volgen. Arthur hield van dit land en droomde ervan om er na de oorlog een nieuw leven op te bouwen. In Canada rondde hij de pilotenafleiding af en keerde hij terug naar Engeland als Flight Sergeant bij 613 Squadron (City of Manchester). Hij vloog daar met Spitfires. Later in de oorlog werd het squadron uitgerust met Mosquito’s en verhuisde hij naar RAF Lasham in Hampshire.

Naarmate de tijd verstreek werd hij gepromoveerd tot Pilot Officer en later Flying Officer. Hij had de gewoonte om vrijwillig deel te nemen aan extra missies om op deze manier eerder klaar te zijn met zijn opdracht.

Dit leidde tot zijn noodlottige laatste vlucht vanuit Lasham. Er was gevraagd naar vrijwilligers voor de Operatie Market Garden en Arthur accepteerde deze opdracht graag. Wat er precies is gebeurd is nog niet duidelijk, maar zijn toestel stortte neer bij Randwijk.  Er werd gezegd dat zijn radio defect was en dat het 'friendly fire' was, maar daar is onzekerheid over.

Toen zijn vliegtuig niet terugkeerde, was Arthur officieel ‘Missing In Action’. Er was veel onzekerheid en iedereen hoopte dat hij het op de een of andere manier had overleefd. Wat volgde was het grote wachten.

Zijn moeder Alice was bijzonder zwaar getroffen door wat er was gebeurd.  Zij raadpleegde mediums, net als veel andere moeders van wie de zonen vermist waren. Deze mediums verzekerden haar ervan dat Arthur gevangen was genomen en in een krijgsgevangenkamp zat.  Arthur was nog steeds niet gevonden toen de oorlog voorbij was en iedereen naar huis en land terugkeerde. Naarmate de tijd verstreek, kreeg Alice te horen dat hij mogelijk gewond was en door het Rode Kruis werd verzorgd.

Uiteindelijk werd ontdekt wat er was gebeurd. Een aantal familieleden is toen naar de boerderij in Randwijk geweest waar het vliegtuig was neergestort. Alice accepteerde in die tijd nog steeds niet dat haar zoon dood was, omdat mediums haar ervan overtuigd hadden dat hij nog in leven zou zijn. Zij bleef hoopvol, tot de vrouw van de boer haar identificeerde (de gelijkenis was duidelijk) als de moeder van de officier. Pas toen wilde zij geloven dat Arthur was overleden. Bij hetzelfde bezoek ging het gezin naar Oosterbeek om hem de laatste eer te bewijzen. De inscriptie op zijn graf luidt:

He asked so little and gave so much
Thank God for every remembrance of him


Het verlies van Arthur is voor de rest van haar leven van grote invloed geweest op de gezondheid van Alice. Zij is op betrekkelijk jonge leeftijd overleden.


15 juni 2016

Het Klaphek - Meid op Het Klaphek


Trui Evertsen kwam als meid op boerderij Het Klaphek. Dit zijn haar herinneringen: 

"Toen ik op mijn veertiende van de lagere school kwam, was het in boerengezinnen nog niet erg gebruikelijk dat er doorgeleerd werd. Alhoewel ik dat op dat moment wel graag had gewild, beslisten mijn ouders anders.

Op 12 december 1951 werd een advertentie in de Edese Courant geplaatst, waarin ik werd aangeboden als boerendienstbode voor dag en nacht. Deze advertentie werd gelezen door de eigenaren van boerderij Het Klaphek in Randwijk omdat zij in dezelfde uitgave een meid vroegen. Zij lazen de advertentie in het bewijsnummer dat zij ontvingen. De zoon van de boer kwam nog dezelfde dag overleggen met mijn ouders. Een paar dagen later kon ik op Het Klaphek aan de slag met een overeenkomst voor een half jaar.

Volgens gebruik in die tijd kreeg ik een zgn. penning van Hfl. 5,00. Dit was het teken dat er een overeenkomst was. Als ik de afspraken niet na zou komen, dan moest ik de penning teruggeven.
Ik verdiende Hfl. 14,00 per week, met kost en inwoning. Aan het einde van het half jaar kreeg ik mijn loon van de afgelopen 6 maanden. Van het geld hoefde ik niets thuis af te geven. Eens per 14 dagen had ik een dag vrij. Dat was vanaf zondagmorgen tot maandagmorgen.
Als eerste spaarde ik van mijn salaris een nieuwe fiets. Het was een HS (Hendrik Schimmel) voor Hfl. 198,00. Ik heb er helaas niet lang plezier van gehad.
's Morgens om half zes was het tijd om op te staan. Na een korte wasbeurt bij de pomp, overall en klompen aan, vertrok ik in de zomer richting uiterwaard of ander weiland voor het melken van de koeien. In de winter stonden de koeien op stal.
Mijn werkdag was gevuld met het 2 keer melken van de koeien en het 2 keer voeren van alle beesten. Ik zorgde dat het in huis schoon en opgeruimd was, zorgde voor de koffie, het eten en de was. Ook werkte ik in de tuin en 's zomers ging ik mee hooien. Rond elf uur 's avonds ging ik slapen.

Er werd vier keer op een dag gegeten: 's morgens na melkens- en voertijd werd er brood gegeten. Als broodbeleg was er kaas en wat zoetigheid: meestal bruine suiker. Tussen de middag was de warme maaltijd. 's Avonds na melkens- en voertijd werd er opnieuw brood gegeten. Voordat iedereen ging slapen, was er nog een bord met pap. Ik mocht als meid altijd met het gezin meeëten. Bij sommige boeren moest je apart eten als er visite was.

Nu zijn er overal machines voor, maar in die tijd was dat nog niet aan de orde. Wel was er op de boerderij al elektriciteit en er werd in de zomer op een elektrische kookplaat gekookt. Daarnaast werd er gebruik gemaakt van het op kolen gestookte fornuis.

Onze tractor was een paard en wagen of een fiets met kar. Daarop zette ik de melkbussen om te gaan melken. Van een melkmachine, laat staan een melkrobot, was geen sprake. De eerste melkmachine werd in 1963 aangeschaft. In mijn tijd werden de koeien een voor een met de hand gemolken. Tussen het kalveren door gaf een koe zo'n 500 tot 600 liter melk. De melk ging in bussen. Deze bussen werden langs de weg gezet en elke dag opgehaald door de melkrijder die ze naar de melkfabriek bracht. In de zomer kwam de melkrijder twee keer langs, in de winter één keer. De boter werd zelf gemaakt met behulp van een karnton.

Naast zo'n 20 koeien, wat jongvee en ongeveer 60 fokvarkens, waren er een paard, kippen, honden en katten op de boerderij.

Koelkast en diepvries waren nog toekomstmuziek. Wel werd er dankbaar gebruik gemaakt van kelders om etenswaren goed te houden. Groenten en fruit kwamen uit de moestuinen en boomgaarden rond de boerderij. Snijbonen, sperziebonen en andijvie werden met zout ingemaakt en bewaard in Keulse potten. Ook werd er veel geweckt.

De slager kwam af en toe aan huis om een varken te slachten. Het varken werd hiervoor aan een ladder gehangen. Om het vlees te kunnen bewaren werd het gezouten, gedroogd aan het plafond of gerookt. Karbonades en gehakt werden geweckt. Bij de dominee werd na elke slacht een hutspot gebracht. Ook werden er hutspotten aan familie uitgedeeld.

Aan huis werden melk, eieren en fruit verkocht aan de mensen uit het dorp. De meeste appels, peren en pruimen werden geveild.

In de lente was er grote schoonmaak. Kleding, linnengoed, meubels en de veren of kapokken schudmatrassen gingen naar buiten om te luchten, in de was gezet of uitgeklopt te worden. Op de slaapkamers lag zeil. Daar werd de vloer gezwabberd. In andere kamers lagen kokosmatten. Die werden eens per week buiten uitgeklopt en door de week met een berkenbezem geveegd. In het najaar werd de schoonmaak nog een keer dunnetjes overgedaan.

In het voorjaar werd elk jaar op een doordeweekse dag een familiedag georganiseerd voor kinderen, kleinkinderen, broers en zussen. Het was een traditie om voor de familie nieuwe aardappels met zoute vis, botersaus en mosterd te koken. Het toetje was rijstepap met bruine suiker.

In 1953 overleed de boer van Het Klaphek. Er werd volgens gebruik een doodaanzegger ingeschakeld om het overlijden in het dorp en bij de familie bekend te maken. De kerkklokken werden geluid. Op de boerderij werden, als teken van rouw, alle luiken gesloten. In de buurt en langs de route naar de begraafplaats werd 1 luik gesloten. Maar op de dag van de begrafenis sloot men ook daar alle luiken. Tijdens de wandeling van de kerk naar de begraafplaats luidden de kerkklokken. Het laatste wordt tot op de dag van vandaag in Randwijk gedaan.

In februari 1954 stopte ik als meid; ik werd boerin op Het Klaphek."

28 april 2016

Een mengelmoesje


Randwijk is mijn geboorteplaats en ik woonde er tot mijn 20e jaar. Mijn vaders roots lagen in Ede en Renswoude. Eind jaren 30 vestigde de familie Van Deelen zich ook in mijn geboortedorp.
De voorouders van mijn moeder bewoonden verschillende dorpen in de gemeenten Ede en Barneveld.

Welk dialect sprak ons gezin; dat hield ons bezig. Het was overduidelijk niet dezelfde taal als de Randwijkse bevolking. Een kerel was bij ons een "keerl" en geen "kjel, maar "precies" was ook "krek". En zo waren er verschillen en overeenkomsten. We hadden van allerlei dialecten wat meegekregen.

Mijn kinderen groeiden op in het westen van het land. Klasgenoten meenden in mijn oudste zoon overduidelijk een Brabantse komaf te herkennen, ofwel de Betuwse restanten. Nu hij in díe omgeving studeert, horen zijn medestudenten de Rotterdamse tongval.

Ik vind het altijd heerlijk om "plat te proaten". 
Bij een familiebezoekje schakel ik direct over op mijn moerstaal en pas na ongeveer 30 km rijden, op de terugweg naar huis, heb ik mijn ABN of Poldernederlands weer te pakken.

Via de taaldetector van het Meertensinstituut probeerde ik te achterhalen welk dialect ik spreek. De uitslag luidt als volgt: "Wij denken dat u een Utrechts dialect spreekt. Maar uw uitspraak toont ook overeenkomsten met het Zuid-Hollands, Veluws en Stellingwerfs."

Het lijkt er op dat de taal van mijn voorouders nog steeds vat op mij heeft. En ik heb blijkbaar een deel van de streektaal overgenomen van de plek waar ik nu een kwart eeuw woon.

26 december 2015

Het Kerstfeest van ...



Een groen fluwelen rokje en hesje had ik aan. De kleding was zonder twijfel gemaakt door onze huiscouturier: mijn oudste zus. Onder het setje droeg ik een gele pully en een even gele panty: mijn eerste. De panty was een paar maatjes te groot. Even groot als ik mij voelde met zo'n ding aan mijn benen. Ik trok de boel een beetje omhoog, dan viel het niet zo op.

Het was Kerstfeest op de School met den Bijbel te Randwijk. Een viering waar ik naar uitkeek. Ouders mochten erbij zijn en ook ik mocht mijn bijdrage leveren: de tekst uit Jesaja 9, waarvan ik niet alle woorden begreep.

Ik weet nog dat ik op het podium stond. Nou ja: stond. Van de zenuwen had ik meer het gevoel dat ik boven het podium zweefde. 

"Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst".

Na afloop kregen wij een zak met snoep om mee naar huis te nemen. Onderin die zak zat het allerlekkerste: een grote oranje sinaasappel. Fruit was er bij ons thuis genoeg: appels, peren, pruimen ... Maar sinaasappels kregen wij niet elke dag.

Het feest was nog niet voorbij, want elk jaar was daar ook het boekje van W.G. van de Hulst. "Voetstapjes in de sneeuw" was mijn favoriete kinderboek.

De magie van deze boekjes bleek verbroken te zijn toen ik ze jaren geleden aan mijn kinderen wilde voorlezen. Het bevatte een vorm van pedagogiek die mij niet meer aansprak.

Wat gelukkig blijft is het Kerstfeest, ook voor de kinderen op de basisschool in Randwijk.

21 juni 2015

Als een lopend vuurtje

Wij woonden ongeveer een kilometer buiten het dorp Randwijk. Als wij in de verte een sirene hoorden, sprongen de kinderen uit het gezin op de fiets en spoedden zich achter de politie-, brandweer- of ziekenwagen aan. Vanuit Indoornik waren de mensen ons soms al voor: uit het hele dorp en uit de omgeving was men op weg naar de plek des onheils. Niet vanwege het onheil, maar voor het nieuws; voor wat afwisseling in het rustige plattelandsleven.

Nu woon ik in de buurt van een brandweerkazerne in een grotere plaats. Ook in de omgeving van mijn werkplek, een ziekenhuis in een grote stad, gebeurt het regelmatig dat een groot alarm klinkt. En ook nu nog slaat mijn hart een keertje over als ik de sirene hoor. Maar de fiets laat ik in het schuurtje.
Mijn man, opgegroeid in de stad, vindt dit soort opwinding heel komisch.

Tijdens mijn graafwerk in het verleden ben ik al regelmatig berichten tegengekomen over een grote brand die in 1901 het dorp Randwijk deels heeft vernietigd. Later heb ik gehoord over de bijbehorende dorpsroddels.

Dit is het meest beeldende verhaal dat ik tot nu toe heb gevonden in de Wageningsche Courant van 22 mei 1901:

"Heden morgen, even na tien uur, werd getelefoneerd, dat te Randwijk, drie à vier boerderijen in brand stonden. Toen wij ons naar den dijk begaven, ontwaarden wij onmiddellijk uit de groote rookkolommen en de lekkende vlammen, die aan beide zijden van den Randwijkschen toren zichtbaar waren, dat de brand daar een zeer ernstig karakter droeg en spoedden wij ons voort naar het dorp, om ons plaatselijk op de hoogte te stellen.

03 mei 2015

Omkoperij?


Juffrouw Lazet was eind mei jarig. Bij die gelegenheid kreeg deze lerares van de kinderen 
Van Deelen een boeket pioenrozen; rond die tijd van het jaar volop aanwezig in onze tuin. 
De kinderen Jansen van Doorn verrasten haar, nadat een koe gekalfd had, met een grote pot biest.
Het lijkt op een jonge vorm van omkoperij, maar het is zonder twijfel niet anders bedoeld dan als aardigheidje.

Trouwens, niet alleen de leerkrachten werden bedacht met presentjes. Ook de predikant van het dorp kreeg volgens de jarenlange traditie na elke slacht een hutspot, die bestond uit een variatie aan vleesproducten. Dat is toch prettig vlees eten als je pastorie in een boerendorp staat.

Tegenwoordig neem ik wel een bloemetje mee bij een bezoekje. Mijn tantes kwamen met een pakje koekjes. Dat pakje werd dan, zonder er iets bij te zeggen, op tafel gelegd en zo was er die avond voor iedereen iets lekkers bij de koffie.

Bij mij thuis staat het aanrechtkastje vol met cadeautjes. Als je het kastje opendoet zie je een dubbele rij enorme mokken staan. Uit de tekst op de mokken blijkt dat in ons huis de beste meester van deze aardbodem woont. Toch iets om trots op te zijn.

25 maart 2015

4711 en een kwispedoor


Ik weet niet beter of al mijn vriendinnetjes werden in mijn kindertijd elk jaar op hun verjaardag door mij verrast met `oodeklonje mit un zaddoekje` ofwel een flesje echte 4711 en een klein meisjes-zakdoekje. En of ze er blij mee waren! En of ze er blij mee waren? Geen idee...

Andere kinderen kwamen met een pakje stiften, een kleurboek of een spelletje. Persoonlijk had ik liever de laatstgenoemde cadeautjes, maar thuis overtuigde men mij ervan dat de oodeklonje mit un zaddoekje "altijd van pas kwam". Het was de Chanel No 5 van onze stand en sinds de achttiende eeuw een begrip.

In mijn handtasje had ik ook zo'n flesje. Samen met een hele rol pepermunt moest het frisse geurtje ervoor zorgen dat ik als kind de aandacht bij de zondagse preek zou kunnen houden. Dit was blijkbaar niet voldoende, want ik herinner mij vooral dat ik de lampjes van de kroonluchters en de onderdelen van de glas in lood ramen aan het optellen was.

Mijn opoe zal waarschijnlijk een reukdoosje hebben gebruikt om bij de les te blijven.
Ik hoorde pas dat de mannen vroeger de gewoonte hadden in de kerk te pruimen. Bij de ingang stond een bord "verboden te spuwen". Thuis heb ik een kwispedoor staan die uit mijn vaders familie komt. Zo'n klein exemplaar heeft mijn opa best onder z'n zondagse pak mee naar de kerk kunnen smokkelen, om  lekker te kunnen pruimen zonder er in de kerk een kliederboel van te hoeven maken.

01 februari 2015

De lente komt!


Eeuwenlang is de Galanthus nivalus, voor ons het gewone sneeuwklokje, een bloempje dat als stinsenplant in Nederland de tuinen van de welgestelden versierde. 
Met deze bedoeling zal het sneeuwklokje ook bij boerderij Het Klaphek in Randwijk geplant zijn. In mijn eigen tuin heb ik ze gepoot als herinnering aan de tuin bij onze boerderij en sinds deze week staan ze in bloei.
Aan de voorkant van onze boerderij was een groot grasveld dat in de loop van de winter veranderde in één grote witte vlek; en daar was geen sneeuw voor nodig. De eerste bloeiende klokjes werden door ons met blijdschap begroet. En al gauw stond er een mini-mini-boeketje op onze schoorsteen. Het tweede boeketje werd meestal cadeau gedaan aan onze buurvrouw Kee.
Nu dacht ik dat dit klokjestapijt er al sinds mensenheugenis lag. Toen mijn moeder echter in 1951 op de boerderij kwam, was dit tapijt niet veel meer dan een tafelkleed. Ze is toen aan de slag gegaan door de bollen uit te poten en te zorgen dat het loof de gelegenheid kreeg om af te sterven zodat de bollen zich zouden vermeerderen. Ook de mieren schijnen hun bijdrage hieraan te hebben geleverd.
Rond 1980 zijn de klokjes nog een keer uitgepoot op het grasveld langs de weg. Keurig in grote blokletters. Om iedereen te herinneren aan de mooie voorjaarsboodschap van de Galanthus nivalus: DE LENTE KOMT.

25 augustus 2014

Elke dag een kan met melk


Kee was één van de dames Sanders, onze buren van de Nijburgsestraat. Uit het bidprentje van Kee, gemaakt na haar overlijden, lees ik geloof, eenvoud en bescheidenheid.

Kee kwam elke avond, net na het eten, bij ons een kan met verse melk halen. In mijn herinnering duurde zo'n bezoekje ongeveer een uur. Tijd voor een gezellig praatje met mijn moeder.

Ik weet nog dat op mij de afwas wachtte na het eten. Eerst de tafel afruimen en dan aan de vaat. Eindeloze dromer als ik was, deed ik flink veel afwasmiddel in het water om dan met een garde een lekker stevig sopje te kloppen. Het theezeefje gebruikte ik om mooie bolletjes te maken om aan alle denkbeeldige klanten ijsjes te kunnen verkopen. 

Als Kee het tijd vond om naar huis te gaan hoorde ik: "Ben je nou nóg niet klaar?". Nee, ik was nog lang niet klaar met ijsjes verkopen.

Inmiddels heb ik wel de melkkan van Kee in mijn tuin hangen. Als herinnering aan een goede buurvrouw en aan mijn mislukte carrière als afwasser: hulde aan de afwasmachine!

22 augustus 2014

Een brief van Dora, dinsdag 13 februari 1945



Deze week kwam een brief van dinsdag 13 februari 1945 boven water. De brief is geschreven door Dora Sanders, een buurvrouw uit Randwijk, aan de familie Van Deelen: het gezin van mijn grootouders en mijn vader.

Beide families waren, net als alle dorpsbewoners, eind 1944 door oorlogsgeweld genoodzaakt Randwijk te verlaten en naar de omgeving Eindhoven of België vertrokken.

Het is een brief waarin het leven van een geëvacueerde familie wordt beschreven.  Het valt me op hoe goed de familie de draad oppakt en probeert er het beste van te maken. Ook komt het verlangen naar een terugkeer naar Randwijk sterk naar voren.

De familie Sanders waren onze buren en woonde op "'t Huukske" aan de Nijburgsestraat in Randwijk. Het was een familie waar, in mijn tijd, de vrijgezelle zussen An, Dora en Kee met de vrijgezelle broer Jan woonden. Jan was huisschilder, An was de vroedvrouw van katholiek Randwijk, Dora was naaister en runde het café, Kee zorgde voor het huishouden.

De tekst van de brief heb ik uitgetypt, wat het lezen vergemakkelijkt.

15 januari 2006

Het Klaphek - Inleiding


Het voorhuis van de boerderij
(bron: Rijksdienst v/h Cultureel Erfgoed)
De schrijfster van deze pagina zag in 1964, als vijfde kind uit een gezin van zeven, het levenslicht op boerderij Het Klaphek. Dat was, om precies te zijn, op het kamertje onder de 7 van "1807": het jaartal dat op de voorgevel van de boerderij prijkt. Het is de boerderij waar ik ook ben opgegroeid en waar mijn vader vanaf 1933 heeft geboerd.

Mijn vroegste herinneringen gaan terug naar de grote bladeren van de enorme plataan naast het voorhuis. In de herfst werden daarmee hutten gebouwd en konden we prachtig verstoppertje spelen. De plataan werd in 1967 gekapt.

De geschiedenis van de boerderij hield mij als kind al bezig. Zo heeft een van de kelders onder de boerderij een gewelfd plafond. Een dergelijke bouw was in 1807, voor ons het uitgangspunt van de datering van de boerderij, niet gebruikelijk; zo hoorde ik van mijn ouders. Voor 1807 moest op die plaats een andere boerderij of woning hebben gestaan. We fantaseerden er lustig op los en bedachten dat er ooit vast een groot kasteel had gestaan. Onder de boerderij zouden ongetwijfeld onderaardse gangen te vinden zijn. Mijn moeder ontdekte dat er een verborgen ruimte was. Na jaren vol verzinsels hierover werden dan eindelijk een paar zolderplanken los gemaakt om te kijken welke schat er verborgen lag: een klein hokje met wat spinnenwebben en aan de muren wat oud behang. De ruimte was het resultaat van een verbouwing voor 1933.

Er is in het verleden al meer onderzoek gedaan naar de boerderij. Graag wil ik op deze pagina's bekende gegevens over de boerderij combineren met gegevens over de bewoners door de eeuwen heen, eigenlijk de genealogie van de boerderij, om uiteindelijk te komen tot een zo compleet mogelijk verhaal over boerderij Het Klaphek tot 1999.


eerste publicatie: 26 februari 2010
update: 30 november 2011 

14 januari 2006

Het Klaphek - Beschrijving van de boerderij


Type, oorsprong en naam
Een veel voorkomend type boerderij in het Gelders rivierengebied is de T-boerderij. Het Klaphek is zo'n T-boerderij. De boerderij is gelegen aan de Bredeweg 69 te Randwijk, en staat op de Rijksmonumentenlijst.

De leeftijd van de boerderij is niet bekend. De boerderij wordt al genoemd rond 1700. Het jaartal 1807 dat op de voorgevel staat vermeld, verwijst waarschijnlijk naar een verbouwing in dat jaar door de toenmalige bewoners Stoffel Sipman en Gerritje Fhilipzen (officieel Philipzen). Het zijn hun initialen die ook op de voorgevel van het woonhuis staan. Het huis is gelegen op een woerd en biedt plaats aan een gemengd bedrijf.

De boerderij draagt de naam Het Klaphek en wordt het eerst met deze naam vermeld in 1817. Een klaphek is een schuinstaand hek dat door eigen zwaarte dichtvalt. In heel Nederland komen boerderijen voor met deze naam. De afgelopen decennia heeft er geen klaphek gestaan bij de boerderij. De naam van de boerderij was jarenlang wel in een toegangshek aangegeven. De opa van Gerrit van de Pol, eigenaar vanaf 1817: Pelgrum Tomass van de Pol, huurde op 2 januari 1740 van Pieter van Kesteren, schout van Vreeswijk, de hofstede 't Klaphek. Deze hofstede was gelegen in IJsselstein ter hoogte van de Lekdijk.

Rondleiding
De hierna volgende beschrijving van de boerderij is volgens de situatie rond 1965.

In het achterhuis van Het Klaphek bevindt zich centraal de deel en aan beide zijden van de deel zijn de stallen. Rechts is eerst een aantal voertonnen met daarachter de paardenstal. Daarna volgt de pinkenstal. Links is de koestal,  met aan de voorkant een zul en aan de achterkant een groep. Boven de stallen is aan beide zijden de hilt en onder het dak is de hooizolder. Bovenaan de deel  bevindt zich een spoelplaats met waterpomp voor de melkbussen en is ook de toegang tot het woonhuis. Boven deze toegang is een klein deurtje naar het knechtenkamertje. 

Vanuit het achterhuis betreed je een kleine aanbouw van het woonhuis via de geut, waar zich een waterpomp en een spoelbak bevinden en ook een open goot naar de afvoer. Vanuit de geut is rechts eerst het kolenhok en daarna de plee met de poepdoos. 
De geut geeft toegang tot de keuken, waar op een kolenkachel gekookt wordt. Vanuit de keuken kun je via een stenen trap naar een kelder. Dit is een kelder met een tongewelf, bestaande uit twee ruimten.  De eerste grootste ruimte is in gebruik als provisiekelder. De tweede ruimte wordt gebruikt voor aardappelopslag.

Via een klein gemetseld trapje biedt de keuken toegang tot de centrale gang van het woonhuis. Eerst is er een toegangsdeur tot de deel. Na de deur naar de keuken is er aan de rechterzijde een deur, waarachter de trap naar de zolder. Halverwege de trap geeft een klein trapje via een klein deurtje toegang tot de meidenkamer. In deze kamer zit een deur die leidt naar de knechtenkamer.
De tweede deur aan de rechterzijde van de gang geeft via een klein houten trapje toegang tot een grote opkamer. In deze opkamer bevinden zich twee bedsteden. De kamer wordt verwarmd door een kolenkachel.
Aan het einde van de gang is de voordeur. 
Aan de linkerzijde van de gang bevindt zich eerst een deur naar het zgn. kleine gangetje. In dit kleine gangetje zit een groot rond tuimelraam met uitzicht op de deel. Het gangetje geeft via een deur en trapje toegang tot een andere kelder onder het huis. Langs de trap is kastruimte die gebruikt wordt voor de opslag van de weck. In deze kelder zijn twee pekelbakken gemetseld. 
De tweede deur aan de linkerzijde van de gang geeft toegang tot de bestekamer. De kamer wordt verwarmd door een kolenkachel. Vanuit de bestekamer geeft een klein houten trapje toegang tot een opkamer die met een schuifdeur gesplitst is in twee kamers. De voorste kamer wordt verwarmd door een kolenkachel. 

Naast het woonhuis met het achterhuis is een grote schuur gebouwd. Rondom het erf is aan de achterzijde een aantal kippenhokken en een hoogstamboomgaard. Naast het huis is een grote moestuin omrand door buxushagen en er is een kippenhok. Voor het huis zijn grote grasvelden met rondom bloemenborders. Daarachter is nog een grote hoogstam-boomgaard. 

De erfgrens is aangegeven met een haag.

Rijksmonument
Per aangetekend schrijven d.d. 15 september 1969 werd Arris van Deelen, eigenaar van boerderij Het Klaphek, door het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk geïnformeerd over de plaatsing van de boerderij aan de Bredeweg 69 te Randwijk op de lijst van beschermde (rijks)monumenten.

Het monument, kadastraal aangeduid onder de Gemeente Randwijk, Sectie C, Nummer 1419, wordt als volgt omschreven:

"Boerderij van het Betuwse T-huistype, blijkens jaartalankers uit 1807. Het zeven vensterassen brede, onderkelderde woongedeelte heeft een rieten schilddak en vensters met zesruitsramen en luiken. Gaaf bewaarde deel. Rechts een stenen schuur onder rieten wolfdak."

Zowel Arris van Deelen als de Gemeente Heteren gingen tevergeefs in beroep bij de Kroon tegen de plaatsing op de lijst van monumenten. 
Op het moment dat een rijksmonument wordt gerestaureerd, maakt de eigenaar aanspraak op subsidies van de Rijksdienst voor de monumentenzorg, de Provincie en de Gemeente. 
Als eigenaar van een rijksmonument ben je gehouden aan het naleven van allerlei voorschriften bij restauratie of verbouwingen. 

Bij het onderhoud van het buitenschilderwerk werd in 1996 de volgende kleurinstructie meegegeven (volgens de kleurenwaaier van Histor):
- kozijn combinatie, kleur zandsteen 413
- kozijn onderdorpel, katjesgrijs 366
- schuifraam, wit 1400
- luik, donkergroen 435
- ruitvorm luik, baskisch rood 390
Een paar jaar later was de kleur baskisch rood nergens meer te bekennen en is de kleurkeuze van het buitenschilderwerk aanzienlijk gewijzigd. Navraag leert dat de in 1996 gebruikte kleuren niet historisch zijn.


eerste publicatie: 26 februari 2010
update: 23 juli 2013

12 januari 2006

Het Klaphek - In de Tweede Wereldoorlog


Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kon er in de meidagen van 1940 geen melk worden geleverd aan melkfabriek Concordia in Wageningen. Om de melk toch kwijt te raken werd op de boerderij boter gekarnd die aan de Randwijkse bevolking te koop werd aangeboden.

In de Tweede Wereldoorlog werd er in het najaar van 1944 in de omgeving van Randwijk zwaar gevochten. Net als vele andere Betuwse inwoners, evacueerden de bewoners: de familie Van Deelen in die tijd naar Eindhoven en naar België. De boerderij Het Klaphek werd in deze tijd gebruikt voor inkwartiering van respectievelijk Duitsers en Engelsen.

Op zondagavond 24 september 1944 werd een Mosquito MT 134 jachtbommenwerper van de RAF 613 Squadron, waarschijnlijk door eigen vuur neergehaald. Het vliegtuig stortte neer achter de woning van de familie C. Arnoldussen aan de Hemmensestraat en vloog direct gedeeltelijk in brand. Zowel de piloot Flying Officer Arthur W. Grime als de navigator Sergeant James McDowell kwamen daarbij om het leven. Zij werden eerst naast elkaar begraven op het erf van boerderij Het Klaphek op de hoek Bredeweg - Nijburgsestraat, een halve meter van de weg en evenwijdig aan de Nijburgsestraat, tegenover café Sanders. Het was een provisorisch graf, want ooggetuigen zagen de neuzen van de schoenen door de aarde steken; de hoofden richting Heteren, de voeten richting Zetten. Op het graf stond een wit houten kruis. Later zijn zij met militaire vrachtwagens opgehaald en herbegraven op de Airborne begraafplaats te Oosterbeek. Een derde bemanningslid overleefde het ongeval.

Toen de Duitsers rond oktober 1944 de Rijndijk opbliezen, kwam het water de Betuwe binnen. Omdat de boerderij op een terp is gelegen, viel de waterschade daar erg mee.

Het geëvacueerde buurmeisje van de familie Van Deelen: Dora Sanders, schrijft op dinsdag 13 februari 1945 een brief aan de familie. Hierin vertelt zij over hun leven op het evacuatieadres en komt het verlangen naar een snelle terugkeer naar Randwijk naar voren.

Toen de familie Van Deelen weer terugkeerde op de boerderij bleek deze hier en daar flink beschadigd. Zo was de aangrenzende schuur geraakt door een voltreffer en was in en om de boerderij veel vernield. Deze oorlogsschade is getaxeerd op een bedrag van Hfl. 3.608,--, zijnde "rechten jegens de Staat der Nederlanden". Het betreffende schadegeval is geregistreerd bij de Schade Enquête Commissie te Nijmegen. De boerderij was zodanig beschadigd dat de eigenaar overwoog de boerderij af te laten breken. Met de mensen van de "wederopbouw" kwamen de bewoners echter overeen dat zij de boerderij zouden herstellen in ruil voor onderdak. Aan zo'n veertig werklieden van de wederopbouw werd daarom tijdelijk onderdak verleend.


eerste publicatie: 26 februari 2010
update: 22 augustus 2014