27 januari 2024
Een wereld van verschil
20 september 2023
Handjeklap
22 maart 2023
Olifanten en elastieken
Rond de jaren vijftig-zestig van de vorige eeuw schijnen katholiek en protestant Randwijk flink met elkaar in de clinch te hebben gelegen over een wijkgebouw.
De inwoners van Randwijk bezochten de Nederlands Hervormde kerk in de Kerkstraat, ze gingen naar een kleine Gereformeerde kerk in de Erfstraat of naar de Rooms-Katholieke kerk in Indoornik. In de Kerkstraat stond ook de School met den Bijbel met meester Koster aan het roer en in Indoornik stond de Piusschool waar meester Panis de scepter zwaaide. Ik was leerling van de School met den Bijbel van 1970 tot en met 1977.
De dagen voor Koninginnedag, die dag werd gezamenlijk gevierd, waarschuwde meester Koster ons om niet met de katholieken deze dag te vieren.
04 februari 2021
Coba met de korte beentjes en nog vele anderen
01 november 2020
Failliet
Na
de melkveehouderij gingen mijn ouders over op het houden van fokvarkens en later weer
lag het accent op mestvarkens. Er werd gekozen voor de beste mogelijkheden die
pasten bij de situatie van dat moment.
Vandaag lees ik in Dagblad De Tijd van 14 januari 1933 dat het boerenbedrijf van mijn opa: Aalbert van Deelen sr., wonende in het buurtschap Emmikhuizen in Renswoude, op 11 januari 1933 failliet is verklaard. Een gezin met zes thuiswonende kinderen staat op straat en vindt een jaar lang onderdak bij het gezin van een van de getrouwde kinderen in Driebergen-Rijssenburg. Daarna pakt hij een nieuwe kans en begint een nieuw bedrijf in Randwijk.
De boerderij van mijn opa is een van de ontelbare bedrijven die wereldwijd ten onder ging als gevolg van een crisis die de grootste economische crisis van de twintigste eeuw wordt genoemd.
10 mei 2020
Dit is mijn uitspraak … Teuntgen Peters contra Jan Henricksz te Randwijck …
01 september 2019
Ha fijn ha fijn ...

15 juli 2019
Lest we forget – Arthur W. Grime (1920-1944)
Achter zo’n grote operatie zitten veel persoonlijke verhalen. Want deze militairen lieten voor onze vrijheid hun land, vader, moeder, vrouw en kinderen achter. Veel ervan gaven ook hun leven en keerden nooit meer terug. Zo ook Arthur Wilfred Grime. Zijn verhaal hoorde ik onlangs van zijn familie.
Zij werden eerst naast elkaar begraven op het erf van boerderij Het Klaphek op de hoek Bredeweg - Nijburgsestraat, een halve meter van de weg en evenwijdig aan de Nijburgsestraat, tegenover café Sanders. Het was een provisorisch graf, want ooggetuigen zagen de neuzen van de schoenen door de aarde steken; de hoofden richting Heteren, de voeten richting Zetten. Op het graf stond een wit houten kruis. Later zijn zij met militaire vrachtwagens opgehaald en herbegraven op de Airborne begraafplaats te Oosterbeek. Een derde bemanningslid overleefde het ongeval.
Het verlies van Arthur is voor de rest van haar leven van grote invloed geweest op de gezondheid van Alice. Zij is op betrekkelijk jonge leeftijd overleden.
15 juni 2016
Het Klaphek - Meid op Het Klaphek
Ik verdiende Hfl. 14,00 per week, met kost en inwoning. Aan het einde van het half jaar kreeg ik mijn loon van de afgelopen 6 maanden. Van het geld hoefde ik niets thuis af te geven. Eens per 14 dagen had ik een dag vrij. Dat was vanaf zondagmorgen tot maandagmorgen.
Als eerste spaarde ik van mijn salaris een nieuwe fiets. Het was een HS (Hendrik Schimmel) voor Hfl. 198,00. Ik heb er helaas niet lang plezier van gehad.
Mijn werkdag was gevuld met het 2 keer melken van de koeien en het 2 keer voeren van alle beesten. Ik zorgde dat het in huis schoon en opgeruimd was, zorgde voor de koffie, het eten en de was. Ook werkte ik in de tuin en 's zomers ging ik mee hooien. Rond elf uur 's avonds ging ik slapen.
Er werd vier keer op een dag gegeten: 's morgens na melkens- en voertijd werd er brood gegeten. Als broodbeleg was er kaas en wat zoetigheid: meestal bruine suiker. Tussen de middag was de warme maaltijd. 's Avonds na melkens- en voertijd werd er opnieuw brood gegeten. Voordat iedereen ging slapen, was er nog een bord met pap. Ik mocht als meid altijd met het gezin meeëten. Bij sommige boeren moest je apart eten als er visite was.
Nu zijn er overal machines voor, maar in die tijd was dat nog niet aan de orde. Wel was er op de boerderij al elektriciteit en er werd in de zomer op een elektrische kookplaat gekookt. Daarnaast werd er gebruik gemaakt van het op kolen gestookte fornuis.
Onze tractor was een paard en wagen of een fiets met kar. Daarop zette ik de melkbussen om te gaan melken. Van een melkmachine, laat staan een melkrobot, was geen sprake. De eerste melkmachine werd in 1963 aangeschaft. In mijn tijd werden de koeien een voor een met de hand gemolken. Tussen het kalveren door gaf een koe zo'n 500 tot 600 liter melk. De melk ging in bussen. Deze bussen werden langs de weg gezet en elke dag opgehaald door de melkrijder die ze naar de melkfabriek bracht. In de zomer kwam de melkrijder twee keer langs, in de winter één keer. De boter werd zelf gemaakt met behulp van een karnton.
Naast zo'n 20 koeien, wat jongvee en ongeveer 60 fokvarkens, waren er een paard, kippen, honden en katten op de boerderij.
Koelkast en diepvries waren nog toekomstmuziek. Wel werd er dankbaar gebruik gemaakt van kelders om etenswaren goed te houden. Groenten en fruit kwamen uit de moestuinen en boomgaarden rond de boerderij. Snijbonen, sperziebonen en andijvie werden met zout ingemaakt en bewaard in Keulse potten. Ook werd er veel geweckt.
De slager kwam af en toe aan huis om een varken te slachten. Het varken werd hiervoor aan een ladder gehangen. Om het vlees te kunnen bewaren werd het gezouten, gedroogd aan het plafond of gerookt. Karbonades en gehakt werden geweckt. Bij de dominee werd na elke slacht een hutspot gebracht. Ook werden er hutspotten aan familie uitgedeeld.
Aan huis werden melk, eieren en fruit verkocht aan de mensen uit het dorp. De meeste appels, peren en pruimen werden geveild.
In de lente was er grote schoonmaak. Kleding, linnengoed, meubels en de veren of kapokken schudmatrassen gingen naar buiten om te luchten, in de was gezet of uitgeklopt te worden. Op de slaapkamers lag zeil. Daar werd de vloer gezwabberd. In andere kamers lagen kokosmatten. Die werden eens per week buiten uitgeklopt en door de week met een berkenbezem geveegd. In het najaar werd de schoonmaak nog een keer dunnetjes overgedaan.
In het voorjaar werd elk jaar op een doordeweekse dag een familiedag georganiseerd voor kinderen, kleinkinderen, broers en zussen. Het was een traditie om voor de familie nieuwe aardappels met zoute vis, botersaus en mosterd te koken. Het toetje was rijstepap met bruine suiker.
In 1953 overleed de boer van Het Klaphek. Er werd volgens gebruik een doodaanzegger ingeschakeld om het overlijden in het dorp en bij de familie bekend te maken. De kerkklokken werden geluid. Op de boerderij werden, als teken van rouw, alle luiken gesloten. In de buurt en langs de route naar de begraafplaats werd 1 luik gesloten. Maar op de dag van de begrafenis sloot men ook daar alle luiken. Tijdens de wandeling van de kerk naar de begraafplaats luidden de kerkklokken. Het laatste wordt tot op de dag van vandaag in Randwijk gedaan.
In februari 1954 stopte ik als meid; ik werd boerin op Het Klaphek."
28 april 2016
Een mengelmoesje
Welk dialect sprak ons gezin; dat hield ons bezig. Het was overduidelijk niet dezelfde taal als de Randwijkse bevolking. Een kerel was bij ons een "keerl" en geen "kjel, maar "precies" was ook "krek". En zo waren er verschillen en overeenkomsten. We hadden van allerlei dialecten wat meegekregen.
Mijn kinderen groeiden op in het westen van het land. Klasgenoten meenden in mijn oudste zoon overduidelijk een Brabantse komaf te herkennen, ofwel de Betuwse restanten. Nu hij in díe omgeving studeert, horen zijn medestudenten de Rotterdamse tongval.
Ik vind het altijd heerlijk om "plat te proaten".
Via de taaldetector van het Meertensinstituut probeerde ik te achterhalen welk dialect ik spreek. De uitslag luidt als volgt: "Wij denken dat u een Utrechts dialect spreekt. Maar uw uitspraak toont ook overeenkomsten met het Zuid-Hollands, Veluws en Stellingwerfs."
Het lijkt er op dat de taal van mijn voorouders nog steeds vat op mij heeft. En ik heb blijkbaar een deel van de streektaal overgenomen van de plek waar ik nu een kwart eeuw woon.
26 december 2015
Het Kerstfeest van ...

21 juni 2015
Als een lopend vuurtje
03 mei 2015
Omkoperij?
25 maart 2015
4711 en een kwispedoor
01 februari 2015
De lente komt!
25 augustus 2014
Elke dag een kan met melk
22 augustus 2014
Een brief van Dora, dinsdag 13 februari 1945
15 januari 2006
Het Klaphek - Inleiding
![]() |
| Het voorhuis van de boerderij (bron: Rijksdienst v/h Cultureel Erfgoed) |
Mijn vroegste herinneringen gaan terug naar de grote bladeren van de enorme plataan naast het voorhuis. In de herfst werden daarmee hutten gebouwd en konden we prachtig verstoppertje spelen. De plataan werd in 1967 gekapt.
14 januari 2006
Het Klaphek - Beschrijving van de boerderij
12 januari 2006
Het Klaphek - In de Tweede Wereldoorlog
Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kon er in de meidagen van 1940 geen melk worden geleverd aan melkfabriek Concordia in Wageningen. Om de melk toch kwijt te raken werd op de boerderij boter gekarnd die aan de Randwijkse bevolking te koop werd aangeboden.





.jpg)



