27 januari 2024

Een wereld van verschil


Gisteravond was ik in het Dordtse theater en werd ik geboeid door de mooie en ook ontroerende jeugdherinneringen van Diederik van Vleuten, geboren in Den Haag. Hij nam zijn gehoor mee naar zijn jeugd in de jaren 60: eerste mens op de maan, Vietnamoorlog, een TV in de huiskamer, zomervakantie in de Dordogne, vrije liefde... Ook een citaat waarin vroeger opgeroepen werd massaal op Willem Drees te stemmen.

Vanmorgen valt mijn oog op een Facebookbericht van de community Dorpen Midden Betuwe. Een fragment van een oud krantenartikel over Randwijk, het dorp van mijn jeugd. Op de basisschool aldaar is een leerling in 1971 van school gestuurd omdat zijn haar te lang is. Ik herinner me het nog goed: het haalde Randwijk uit zijn winterslaap.

Onze zomers brachten wij plattekindskinderen door in het zwembad, gemaakt van strobalen en landbouwplastic, op een gierput achter onze boerderij. Boer Koekoek was onze politieke redder. De eerste TV kwam in ons huis eind jaren 70. Het draagbare TV-tje van een zus kwam in de huiskamer en met rode oortjes keken we Waldolala. Zo vingen we toch een glimp op van de vrije liefde, in onze kringen streng verboden: zeker in de openbaarheid.

Ik herinner me opeens een opmerking van onze bakker uit Zetten. Nog steeds citeren wij hem: "Het is een boze wereld" zei Le Poole, "en hij wordt nog veel bozer".

We zijn opgegroeid in dezelfde tijd en hetzelfde land, maar met een totaal ander leven. Een wereld van verschil.

Het neemt niet weg dat ik, waarschijnlijk met evenveel plezier als de meesterverteller van gisteravond, terugkijk op mijn jeugd op het platteland en met respect terugdenk aan mijn ouders. Zeker nu ik me, met het vorderen van mijn eigen jaren, steeds meer realiseer welke tegenslagen zij moesten overwinnen.

Terug naar nu dan zie ik zoveel dingen zich herhalen. Spectaculaire ontdekkingen, ontwikkelingen, oorlogen, verschillen tussen stad en platteland.

"Wat geweest is, dat zal er zijn, en wat gedaan is, dat zal gedaan worden; er is niets nieuws onder de zon." (Prediker 1:9)

20 september 2023

Handjeklap


Gisteren bezocht ik het congres HRM in de zorg in Den Bosch. Verschillende zorgorganisaties presenteerden daar hun nieuwe manier van werken als het gaat over het werven én behouden van hun collega´s in de gezondheidszorg. We stonden stil bij uitdagingen waarmee de gezondheidszorg te maken heeft, nu en in de toekomst. 
Het congres was in het congrescentrum 1931, een bijzonder ontwerp, en mijn collega vroeg zich af welke functie dit gebouw vroeger had. Misschien waren het wel de hallen van de veemarkt opperde ik. We hadden het kunnen zien: op verschillende plaatsen herinnerden grote zwart-witfoto's aan, inderdaad: de veemarkt. 

Het is vandaag 114 jaar geleden dat mijn vader het levenslicht zag. Geboren in 1909, overleden in 1997.
Hij was boer, maar was het liefst veehandelaar geworden. Pa was al op leeftijd, toen een jonge boer uit Randwijk hem regelmatig op woensdagmorgen ophaalde om samen naar de veemarkt in Den Bosch te vertrekken. Je kon mijn vader niet gelukkiger maken. Een oude foto bij deze blog herinnert aan mijn vader in jongere jaren in vol ornaat (pet, lange jas, peuk in de hand) in de buurt van de veemarkt. Een uitbraak van mond- en klauwzeer in Europa maakte dat de veemarkten in 2001 hun deuren moesten sluiten. 

Al ben je geen veehandelaar, ook als boer valt er wat te verhandelen. Ik herinner me hoe ik als klein meisje angstig en op veilige afstand achter in de koestal stond te kijken en te luisteren naar het handjeklap tussen pa en een veehandelaar. Het ging tekeer, er werd geschreeuwd en geslagen. Bibberend wachtte ik tot de ruzie, zo dacht ik, volledig uit de hand zou lopen. Misschien kon ik mijn vader nog redden in dat geval en ik bleef toch maar een beetje in de buurt. 

Maar, wat een wonder, aan het einde kwamen pa met Cor Hol, Bart Meijer of een andere handelaar, gewoon weer zonder kleerscheuren uit de stal. Ze dronken een bakje koffie in de keuken bij mijn moeder en er was een koe verkocht - of niet. 


22 maart 2023

Olifanten en elastieken


Rond de jaren vijftig-zestig van de vorige eeuw schijnen katholiek en protestant Randwijk flink met elkaar in de clinch te hebben gelegen over een wijkgebouw.

De gemoederen liepen op en er werden uitspraken gedaan die deden denken aan eeuwen daarvoor. 

De inwoners van Randwijk bezochten de Nederlands Hervormde kerk in de Kerkstraat, ze gingen naar een kleine Gereformeerde kerk in de Erfstraat of naar de Rooms-Katholieke kerk in Indoornik. In de Kerkstraat stond ook de School met den Bijbel met meester Koster aan het roer en in Indoornik stond de Piusschool waar meester Panis de scepter zwaaide. Ik was leerling van de School met den Bijbel van 1970 tot en met 1977. 

De dagen voor Koninginnedag, die dag werd gezamenlijk gevierd, waarschuwde meester Koster ons om niet met de katholieken deze dag te vieren. Het zou een meer dan ernstige zonde zijn, die op lange termijn niet ongestraft zou blijven. Toch iets om over na te denken. De protestantse kinderen van het dorp trotseerden echter de gevaren en met Koninginnedag togen we gezamenlijk naar het veldje aan de Bredeweg voor spelletjes en een heerlijke snack uit de kar van Ad Patat. Uiteraard niet voordat we in het dorp, onder leiding van meester Panis, het Wilhelmus hadden gezongen en onze hartelijke felicitaties aan de koningin hadden overgebracht.

Elke schooldag kwam het tot een treffen, iets voorbij onze boerderij, ter hoogte van het Molukse kamp De Haar. Zij op weg naar Indoornik, wij op weg naar het dorp. Dikke klodders spuug vlogen over en weer en, o wat had ik een hekel aan ze. "Katholieken elastieken" en  "protestanten olifanten" was het credo.

In die jaren was er maar één katholieke inwoner van Randwijk die volledig mijn sympathie had: buurvrouw Kee. Ze kwam dagelijks langs voor een kan met melk en zat dan gezellig tijden te keuvelen met mijn moeder. 

Mijn negatieve gevoelens over katholiek Randwijk verdwenen als sneeuw voor de zon toen ik voor het eerst oudejaarsfooien ging ophalen voor mijn krantenwijk. Ik belde aan bij de Rooms-Katholieke pastorie waarop de deur openzwaaide en een vrolijk lachende huishoudster en vriendelijke pastoor mij een tientje in de handen duwden. Nergens kreeg ik zo een grote fooi. Mijn broertje, hoorde ik later, had slechts 5 gulden gescoord bij de dominee.

Zo zorgde een vriendelijke lach en een aardig gebaar voor een klein wonder in het hart van een Randwijks kind.