Posts tonen met het label Het verhaal van Boerderij Het Klaphek in Randwijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Het verhaal van Boerderij Het Klaphek in Randwijk. Alle posts tonen

20 september 2023

Handjeklap

Gisteren bezocht ik het congres HRM in de zorg in Den Bosch. Verschillende zorgorganisaties presenteerden daar hun nieuwe manier van werken als het gaat over het werven én behouden van hun collega´s in de gezondheidszorg. We stonden stil bij uitdagingen waarmee de gezondheidszorg te maken heeft, nu en in de toekomst. 
Het congres was in het congrescentrum 1931, een bijzonder ontwerp, en mijn collega vroeg zich af welke functie dit gebouw vroeger had. Misschien waren het wel de hallen van de veemarkt opperde ik. We hadden het kunnen zien: op verschillende plaatsen herinnerden grote zwart-witfoto's aan, inderdaad: de veemarkt. 

Het is vandaag 114 jaar geleden dat mijn vader het levenslicht zag. Geboren in 1909, overleden in 1997.
Hij was boer, maar was het liefst veehandelaar geworden.

01 november 2020

Failliet

Op het moment dat ik als kind een pyjama voor mijn verjaardag kreeg en we één schepje suiker mochten gebruiken voor twee kopjes koffie, dan wist ik dat voor dat jaar de bodem van onze schatkist in zicht was. En de bank wilde ook zijn jaarlijkse centjes. Zorgen voor mijn ouders, slapeloze nachten, waarvan de buitenwereld niet mocht weten.

Na de melkveehouderij gingen mijn ouders over op het houden van fokvarkens en later weer lag het accent op mestvarkens. Er werd gekozen voor de beste mogelijkheden die pasten bij de situatie van dat moment. 

Vandaag lees ik in Dagblad De Tijd van 14 januari 1933 dat het boerenbedrijf van mijn opa: Aalbert van Deelen sr., wonende in het buurtschap Emmikhuizen in Renswoude, op 11 januari 1933 failliet is verklaard. Een gezin met zes thuiswonende kinderen staat op straat en vindt een jaar lang onderdak bij het gezin van een van de getrouwde kinderen in Driebergen-Rijssenburg. Daarna pakt hij een nieuwe kans en begint een nieuw bedrijf in Randwijk.

De boerderij van mijn opa is een van de ontelbare bedrijven die wereldwijd ten onder ging als gevolg van een crisis die de grootste economische crisis van de twintigste eeuw wordt genoemd.

01 september 2019

Ha fijn ha fijn ...

... een borrel van Floryn

Deze week was ik in het Jenevermuseum in Schiedam. Bij binnenkomst liep ik direct aan tegen de groene fles van de jenever van Floryn. Die fles bracht mij terug naar mijn vroege jeugd. 

Een buurman kwam regelmatig een borrel bij ons halen. Hij was hartpatiënt en de dokter had hem “verboden” nog te drinken. In het café zag je hem daarom niet meer, maar bij ons (en wie weet bij nog veel andere dorpsbewoners) kon hij nog wel een jonge krijgen. Wij als kinderen kregen dan van hem een gulden als dank. Fijn voor onze spaarpot.

De fles jonge jenever stond op de trap in een van onze kelders. Als klein kind moest ik twee keer per dag in diezelfde kelder het brood halen. Op de terugweg liep ik langs de voorraad sterke drank die op de traptreden stond uitgestald: cognac, schilletje en jonge jenever. En net als onze buurman lustte ik wel een slokje. Jonge jenever kon mij niet bekoren, maar schilletje smaakte me overheerlijk.

15 juli 2019

Lest we forget – Arthur W. Grime (1920-1944)




Onder de naam Operatie Market Garden vielen de geallieerden in september 1944 de Duitse bezetter aan. Met de inzet van ruim 35000 luchtlandingstroepen probeerden de geallieerden strategische bruggen in Nederland te veroveren. 
De operatie had niet het gewenste doel, omdat men er niet in slaagde de cruciale brug bij Arnhem in te nemen. Toch kregen wij onze vrijheid terug, dankzij de inzet van deze geallieerden. In september herdenken wij dat deze operatie 75 jaar geleden plaats had.

Achter zo’n grote operatie zitten veel persoonlijke verhalen. Want deze militairen lieten voor onze vrijheid hun land, vader, moeder, vrouw en kinderen achter. Veel ervan gaven ook hun leven en keerden nooit meer terug. Zo ook Arthur Wilfred Grime. Zijn verhaal hoorde ik onlangs van zijn familie.

Op zondagavond 24 september 1944 werd een Mosquito MT 134 jachtbommenwerper van de RAF 613 Squadron, waarschijnlijk door eigen vuur neergehaald. Het vliegtuig stortte neer achter de woning van de familie C. Arnoldussen aan de Hemmensestraat in Randwijk en vloog direct gedeeltelijk in brand. Zowel de piloot Flying Officer Arthur W. Grime als de navigator Sergeant James McDowell kwamen daarbij om het leven.

Zij werden eerst naast elkaar begraven op het erf van boerderij Het Klaphek op de hoek Bredeweg - Nijburgsestraat, een halve meter van de weg en evenwijdig aan de Nijburgsestraat, tegenover café Sanders. Het was een provisorisch graf, want ooggetuigen zagen de neuzen van de schoenen door de aarde steken; de hoofden richting Heteren, de voeten richting Zetten. Op het graf stond een wit houten kruis. Later zijn zij met militaire vrachtwagens opgehaald en herbegraven op de Airborne begraafplaats te Oosterbeek. Een derde bemanningslid overleefde het ongeval.

Arthur Wilfred Grime werd geboren in 1920 en was de zoon van Leonard en Alice. Leonard noemde zijn zoon naar zijn broer die in de Eerste Wereldoorlog omkwam in Frankrijk. De vader van Arthur was opgeleid tot accountant en had zich ontwikkeld tot een invloedrijk zakenman in het Engelse Lancashire.

Arthur was een serieuze jongen. Hij werd door zijn ouders gestimuleerd om, net als zijn vader, accountancy te gaan studeren.  Arthur, erg goed in wiskunde en hoofdrekenen, voltooide de studie tot accountant en ging werken in het bankwezen. Maar accountancy had niet zijn hart.

Toen de oorlog kwam werd hij vrijwilligersreserve bij de Royal Air Force.  Daar werd hij geselecteerd om in Canada de opleiding tot piloot te gaan volgen. Arthur hield van dit land en droomde ervan om er na de oorlog een nieuw leven op te bouwen. In Canada rondde hij de pilotenafleiding af en keerde hij terug naar Engeland als Flight Sergeant bij 613 Squadron (City of Manchester). Hij vloog daar met Spitfires. Later in de oorlog werd het squadron uitgerust met Mosquito’s en verhuisde hij naar RAF Lasham in Hampshire.

Naarmate de tijd verstreek werd hij gepromoveerd tot Pilot Officer en later Flying Officer. Hij had de gewoonte om vrijwillig deel te nemen aan extra missies om op deze manier eerder klaar te zijn met zijn opdracht.

Dit leidde tot zijn noodlottige laatste vlucht vanuit Lasham. Er was gevraagd naar vrijwilligers voor de Operatie Market Garden en Arthur accepteerde deze opdracht graag. Wat er precies is gebeurd is nog niet duidelijk, maar zijn toestel stortte neer bij Randwijk.  Er werd gezegd dat zijn radio defect was en dat het 'friendly fire' was, maar daar is onzekerheid over.

Toen zijn vliegtuig niet terugkeerde, was Arthur officieel ‘Missing In Action’. Er was veel onzekerheid en iedereen hoopte dat hij het op de een of andere manier had overleefd. Wat volgde was het grote wachten.

Zijn moeder Alice was bijzonder zwaar getroffen door wat er was gebeurd.  Zij raadpleegde mediums, net als veel andere moeders van wie de zonen vermist waren. Deze mediums verzekerden haar ervan dat Arthur gevangen was genomen en in een krijgsgevangenkamp zat.  Arthur was nog steeds niet gevonden toen de oorlog voorbij was en iedereen naar huis en land terugkeerde. Naarmate de tijd verstreek, kreeg Alice te horen dat hij mogelijk gewond was en door het Rode Kruis werd verzorgd.

Uiteindelijk werd ontdekt wat er was gebeurd. Een aantal familieleden is toen naar de boerderij in Randwijk geweest waar het vliegtuig was neergestort. Alice accepteerde in die tijd nog steeds niet dat haar zoon dood was, omdat mediums haar ervan overtuigd hadden dat hij nog in leven zou zijn. Zij bleef hoopvol, tot de vrouw van de boer haar identificeerde (de gelijkenis was duidelijk) als de moeder van de officier. Pas toen wilde zij geloven dat Arthur was overleden. Bij hetzelfde bezoek ging het gezin naar Oosterbeek om hem de laatste eer te bewijzen. De inscriptie op zijn graf luidt:

He asked so little and gave so much
Thank God for every remembrance of him


Het verlies van Arthur is voor de rest van haar leven van grote invloed geweest op de gezondheid van Alice. Zij is op betrekkelijk jonge leeftijd overleden.


15 juni 2016

Het Klaphek - Meid op Het Klaphek


Trui Evertsen kwam als meid op boerderij Het Klaphek. Dit zijn haar herinneringen: 

"Toen ik op mijn veertiende van de lagere school kwam, was het in boerengezinnen nog niet erg gebruikelijk dat er doorgeleerd werd. Alhoewel ik dat op dat moment wel graag had gewild, beslisten mijn ouders anders.

Op 12 december 1951 werd een advertentie in de Edese Courant geplaatst, waarin ik werd aangeboden als boerendienstbode voor dag en nacht. Deze advertentie werd gelezen door de eigenaren van boerderij Het Klaphek in Randwijk omdat zij in dezelfde uitgave een meid vroegen. Zij lazen de advertentie in het bewijsnummer dat zij ontvingen. De zoon van de boer kwam nog dezelfde dag overleggen met mijn ouders. Een paar dagen later kon ik op Het Klaphek aan de slag met een overeenkomst voor een half jaar.

Volgens gebruik in die tijd kreeg ik een zgn. penning van Hfl. 5,00. Dit was het teken dat er een overeenkomst was. Als ik de afspraken niet na zou komen, dan moest ik de penning teruggeven.
Ik verdiende Hfl. 14,00 per week, met kost en inwoning. Aan het einde van het half jaar kreeg ik mijn loon van de afgelopen 6 maanden. Van het geld hoefde ik niets thuis af te geven. Eens per 14 dagen had ik een dag vrij. Dat was vanaf zondagmorgen tot maandagmorgen.
Als eerste spaarde ik van mijn salaris een nieuwe fiets. Het was een HS (Hendrik Schimmel) voor Hfl. 198,00. Ik heb er helaas niet lang plezier van gehad.
's Morgens om half zes was het tijd om op te staan. Na een korte wasbeurt bij de pomp, overall en klompen aan, vertrok ik in de zomer richting uiterwaard of ander weiland voor het melken van de koeien. In de winter stonden de koeien op stal.
Mijn werkdag was gevuld met het 2 keer melken van de koeien en het 2 keer voeren van alle beesten. Ik zorgde dat het in huis schoon en opgeruimd was, zorgde voor de koffie, het eten en de was. Ook werkte ik in de tuin en 's zomers ging ik mee hooien. Rond elf uur 's avonds ging ik slapen.

Er werd vier keer op een dag gegeten: 's morgens na melkens- en voertijd werd er brood gegeten. Als broodbeleg was er kaas en wat zoetigheid: meestal bruine suiker. Tussen de middag was de warme maaltijd. 's Avonds na melkens- en voertijd werd er opnieuw brood gegeten. Voordat iedereen ging slapen, was er nog een bord met pap. Ik mocht als meid altijd met het gezin meeëten. Bij sommige boeren moest je apart eten als er visite was.

Nu zijn er overal machines voor, maar in die tijd was dat nog niet aan de orde. Wel was er op de boerderij al elektriciteit en er werd in de zomer op een elektrische kookplaat gekookt. Daarnaast werd er gebruik gemaakt van het op kolen gestookte fornuis.

Onze tractor was een paard en wagen of een fiets met kar. Daarop zette ik de melkbussen om te gaan melken. Van een melkmachine, laat staan een melkrobot, was geen sprake. De eerste melkmachine werd in 1963 aangeschaft. In mijn tijd werden de koeien een voor een met de hand gemolken. Tussen het kalveren door gaf een koe zo'n 500 tot 600 liter melk. De melk ging in bussen. Deze bussen werden langs de weg gezet en elke dag opgehaald door de melkrijder die ze naar de melkfabriek bracht. In de zomer kwam de melkrijder twee keer langs, in de winter één keer. De boter werd zelf gemaakt met behulp van een karnton.

Naast zo'n 20 koeien, wat jongvee en ongeveer 60 fokvarkens, waren er een paard, kippen, honden en katten op de boerderij.

Koelkast en diepvries waren nog toekomstmuziek. Wel werd er dankbaar gebruik gemaakt van kelders om etenswaren goed te houden. Groenten en fruit kwamen uit de moestuinen en boomgaarden rond de boerderij. Snijbonen, sperziebonen en andijvie werden met zout ingemaakt en bewaard in Keulse potten. Ook werd er veel geweckt.

De slager kwam af en toe aan huis om een varken te slachten. Het varken werd hiervoor aan een ladder gehangen. Om het vlees te kunnen bewaren werd het gezouten, gedroogd aan het plafond of gerookt. Karbonades en gehakt werden geweckt. Bij de dominee werd na elke slacht een hutspot gebracht. Ook werden er hutspotten aan familie uitgedeeld.

Aan huis werden melk, eieren en fruit verkocht aan de mensen uit het dorp. De meeste appels, peren en pruimen werden geveild.

In de lente was er grote schoonmaak. Kleding, linnengoed, meubels en de veren of kapokken schudmatrassen gingen naar buiten om te luchten, in de was gezet of uitgeklopt te worden. Op de slaapkamers lag zeil. Daar werd de vloer gezwabberd. In andere kamers lagen kokosmatten. Die werden eens per week buiten uitgeklopt en door de week met een berkenbezem geveegd. In het najaar werd de schoonmaak nog een keer dunnetjes overgedaan.

In het voorjaar werd elk jaar op een doordeweekse dag een familiedag georganiseerd voor kinderen, kleinkinderen, broers en zussen. Het was een traditie om voor de familie nieuwe aardappels met zoute vis, botersaus en mosterd te koken. Het toetje was rijstepap met bruine suiker.

In 1953 overleed de boer van Het Klaphek. Er werd volgens gebruik een doodaanzegger ingeschakeld om het overlijden in het dorp en bij de familie bekend te maken. De kerkklokken werden geluid. Op de boerderij werden, als teken van rouw, alle luiken gesloten. In de buurt en langs de route naar de begraafplaats werd 1 luik gesloten. Maar op de dag van de begrafenis sloot men ook daar alle luiken. Tijdens de wandeling van de kerk naar de begraafplaats luidden de kerkklokken. Het laatste wordt tot op de dag van vandaag in Randwijk gedaan.

In februari 1954 stopte ik als meid; ik werd boerin op Het Klaphek."

01 februari 2015

De lente komt!


Eeuwenlang is de Galanthus nivalus, voor ons het gewone sneeuwklokje, een bloempje dat als stinsenplant in Nederland de tuinen van de welgestelden versierde. 
Met deze bedoeling zal het sneeuwklokje ook bij boerderij Het Klaphek in Randwijk geplant zijn. In mijn eigen tuin heb ik ze gepoot als herinnering aan de tuin bij onze boerderij en sinds deze week staan ze in bloei.
Aan de voorkant van onze boerderij was een groot grasveld dat in de loop van de winter veranderde in één grote witte vlek; en daar was geen sneeuw voor nodig. De eerste bloeiende klokjes werden door ons met blijdschap begroet. En al gauw stond er een mini-mini-boeketje op onze schoorsteen. Het tweede boeketje werd meestal cadeau gedaan aan onze buurvrouw Kee.
Nu dacht ik dat dit klokjestapijt er al sinds mensenheugenis lag. Toen mijn moeder echter in 1951 op de boerderij kwam, was dit tapijt niet veel meer dan een tafelkleed. Ze is toen aan de slag gegaan door de bollen uit te poten en te zorgen dat het loof de gelegenheid kreeg om af te sterven zodat de bollen zich zouden vermeerderen. Ook de mieren schijnen hun bijdrage hieraan te hebben geleverd.
Rond 1980 zijn de klokjes nog een keer uitgepoot op het grasveld langs de weg. Keurig in grote blokletters. Om iedereen te herinneren aan de mooie voorjaarsboodschap van de Galanthus nivalus: DE LENTE KOMT.

04 maart 2010

Het verhaal achter boerderij het Klaphek



Inmiddels heb ik de resultaten van het voornamelijk digitale onderzoek naar de genealogie van de families Van den Brink en Van de Pol gepubliceerd. Ook heb ik een pagina gemaakt, waarop de vorderingen van mijn onderzoek naar boerderij het Klaphek te Randwijk en haar bewoners na te lezen zijn. 

Een bezoek aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en het Gelders Archief staan nu op het programma. Door de tijd heen heb ik al wel aangeleerd om direct alle bronnen systematisch te bewaren.

Van de familie Akker kreeg ik laatst nog een mail met informatie en foto's over de families Akker en Visser. Ook kreeg ik van mijn schoonmoeder verschillende mooie oude foto's van de familie Akker-Visser en Waltje-Arkema. Een deel hiervan heb ik gepubliceerd.

15 januari 2006

Het Klaphek - Inleiding


Het voorhuis van de boerderij
(bron: Rijksdienst v/h Cultureel Erfgoed)
De schrijfster van deze pagina zag in 1964, als vijfde kind uit een gezin van zeven, het levenslicht op boerderij Het Klaphek. Dat was, om precies te zijn, op het kamertje onder de 7 van "1807": het jaartal dat op de voorgevel van de boerderij prijkt. Het is de boerderij waar ik ook ben opgegroeid en waar mijn vader vanaf 1933 heeft geboerd.

Mijn vroegste herinneringen gaan terug naar de grote bladeren van de enorme plataan naast het voorhuis. In de herfst werden daarmee hutten gebouwd en konden we prachtig verstoppertje spelen. De plataan werd in 1967 gekapt.

De geschiedenis van de boerderij hield mij als kind al bezig. Zo heeft een van de kelders onder de boerderij een gewelfd plafond. Een dergelijke bouw was in 1807, voor ons het uitgangspunt van de datering van de boerderij, niet gebruikelijk; zo hoorde ik van mijn ouders. Voor 1807 moest op die plaats een andere boerderij of woning hebben gestaan. We fantaseerden er lustig op los en bedachten dat er ooit vast een groot kasteel had gestaan. Onder de boerderij zouden ongetwijfeld onderaardse gangen te vinden zijn. Mijn moeder ontdekte dat er een verborgen ruimte was. Na jaren vol verzinsels hierover werden dan eindelijk een paar zolderplanken los gemaakt om te kijken welke schat er verborgen lag: een klein hokje met wat spinnenwebben en aan de muren wat oud behang. De ruimte was het resultaat van een verbouwing voor 1933.

Er is in het verleden al meer onderzoek gedaan naar de boerderij. Graag wil ik op deze pagina's bekende gegevens over de boerderij combineren met gegevens over de bewoners door de eeuwen heen, eigenlijk de genealogie van de boerderij, om uiteindelijk te komen tot een zo compleet mogelijk verhaal over boerderij Het Klaphek tot 1999.


eerste publicatie: 26 februari 2010
update: 30 november 2011 

14 januari 2006

Het Klaphek - Beschrijving van de boerderij


Type, oorsprong en naam
Een veel voorkomend type boerderij in het Gelders rivierengebied is de T-boerderij. Het Klaphek is zo'n T-boerderij. De boerderij is gelegen aan de Bredeweg 69 te Randwijk, en staat op de Rijksmonumentenlijst.

De leeftijd van de boerderij is niet bekend. De boerderij wordt al genoemd rond 1700. Het jaartal 1807 dat op de voorgevel staat vermeld, verwijst waarschijnlijk naar een verbouwing in dat jaar door de toenmalige bewoners Stoffel Sipman en Gerritje Fhilipzen (officieel Philipzen). Het zijn hun initialen die ook op de voorgevel van het woonhuis staan. Het huis is gelegen op een woerd en biedt plaats aan een gemengd bedrijf.

De boerderij draagt de naam Het Klaphek en wordt het eerst met deze naam vermeld in 1817. Een klaphek is een schuinstaand hek dat door eigen zwaarte dichtvalt. In heel Nederland komen boerderijen voor met deze naam. De afgelopen decennia heeft er geen klaphek gestaan bij de boerderij. De naam van de boerderij was jarenlang wel in een toegangshek aangegeven. De opa van Gerrit van de Pol, eigenaar vanaf 1817: Pelgrum Tomass van de Pol, huurde op 2 januari 1740 van Pieter van Kesteren, schout van Vreeswijk, de hofstede 't Klaphek. Deze hofstede was gelegen in IJsselstein ter hoogte van de Lekdijk.

Rondleiding
De hierna volgende beschrijving van de boerderij is volgens de situatie rond 1965.

In het achterhuis van Het Klaphek bevindt zich centraal de deel en aan beide zijden van de deel zijn de stallen. Rechts is eerst een aantal voertonnen met daarachter de paardenstal. Daarna volgt de pinkenstal. Links is de koestal,  met aan de voorkant een zul en aan de achterkant een groep. Boven de stallen is aan beide zijden de hilt en onder het dak is de hooizolder. Bovenaan de deel  bevindt zich een spoelplaats met waterpomp voor de melkbussen en is ook de toegang tot het woonhuis. Boven deze toegang is een klein deurtje naar het knechtenkamertje. 

Vanuit het achterhuis betreed je een kleine aanbouw van het woonhuis via de geut, waar zich een waterpomp en een spoelbak bevinden en ook een open goot naar de afvoer. Vanuit de geut is rechts eerst het kolenhok en daarna de plee met de poepdoos. 
De geut geeft toegang tot de keuken, waar op een kolenkachel gekookt wordt. Vanuit de keuken kun je via een stenen trap naar een kelder. Dit is een kelder met een tongewelf, bestaande uit twee ruimten.  De eerste grootste ruimte is in gebruik als provisiekelder. De tweede ruimte wordt gebruikt voor aardappelopslag.

Via een klein gemetseld trapje biedt de keuken toegang tot de centrale gang van het woonhuis. Eerst is er een toegangsdeur tot de deel. Na de deur naar de keuken is er aan de rechterzijde een deur, waarachter de trap naar de zolder. Halverwege de trap geeft een klein trapje via een klein deurtje toegang tot de meidenkamer. In deze kamer zit een deur die leidt naar de knechtenkamer.
De tweede deur aan de rechterzijde van de gang geeft via een klein houten trapje toegang tot een grote opkamer. In deze opkamer bevinden zich twee bedsteden. De kamer wordt verwarmd door een kolenkachel.
Aan het einde van de gang is de voordeur. 
Aan de linkerzijde van de gang bevindt zich eerst een deur naar het zgn. kleine gangetje. In dit kleine gangetje zit een groot rond tuimelraam met uitzicht op de deel. Het gangetje geeft via een deur en trapje toegang tot een andere kelder onder het huis. Langs de trap is kastruimte die gebruikt wordt voor de opslag van de weck. In deze kelder zijn twee pekelbakken gemetseld. 
De tweede deur aan de linkerzijde van de gang geeft toegang tot de bestekamer. De kamer wordt verwarmd door een kolenkachel. Vanuit de bestekamer geeft een klein houten trapje toegang tot een opkamer die met een schuifdeur gesplitst is in twee kamers. De voorste kamer wordt verwarmd door een kolenkachel. 

Naast het woonhuis met het achterhuis is een grote schuur gebouwd. Rondom het erf is aan de achterzijde een aantal kippenhokken en een hoogstamboomgaard. Naast het huis is een grote moestuin omrand door buxushagen en er is een kippenhok. Voor het huis zijn grote grasvelden met rondom bloemenborders. Daarachter is nog een grote hoogstam-boomgaard. 

De erfgrens is aangegeven met een haag.

Rijksmonument
Per aangetekend schrijven d.d. 15 september 1969 werd Arris van Deelen, eigenaar van boerderij Het Klaphek, door het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk geïnformeerd over de plaatsing van de boerderij aan de Bredeweg 69 te Randwijk op de lijst van beschermde (rijks)monumenten.

Het monument, kadastraal aangeduid onder de Gemeente Randwijk, Sectie C, Nummer 1419, wordt als volgt omschreven:

"Boerderij van het Betuwse T-huistype, blijkens jaartalankers uit 1807. Het zeven vensterassen brede, onderkelderde woongedeelte heeft een rieten schilddak en vensters met zesruitsramen en luiken. Gaaf bewaarde deel. Rechts een stenen schuur onder rieten wolfdak."

Zowel Arris van Deelen als de Gemeente Heteren gingen tevergeefs in beroep bij de Kroon tegen de plaatsing op de lijst van monumenten. 
Op het moment dat een rijksmonument wordt gerestaureerd, maakt de eigenaar aanspraak op subsidies van de Rijksdienst voor de monumentenzorg, de Provincie en de Gemeente. 
Als eigenaar van een rijksmonument ben je gehouden aan het naleven van allerlei voorschriften bij restauratie of verbouwingen. 

Bij het onderhoud van het buitenschilderwerk werd in 1996 de volgende kleurinstructie meegegeven (volgens de kleurenwaaier van Histor):
- kozijn combinatie, kleur zandsteen 413
- kozijn onderdorpel, katjesgrijs 366
- schuifraam, wit 1400
- luik, donkergroen 435
- ruitvorm luik, baskisch rood 390
Een paar jaar later was de kleur baskisch rood nergens meer te bekennen en is de kleurkeuze van het buitenschilderwerk aanzienlijk gewijzigd. Navraag leert dat de in 1996 gebruikte kleuren niet historisch zijn.


eerste publicatie: 26 februari 2010
update: 23 juli 2013

13 januari 2006

Het Klaphek - Kind op het Klaphek

Bij het voorhuis
Ik was kind op Het Klaphek.

Het was in een tijd dat de tractor zijn intrede had gedaan. In de zomer met de rode David Brown en kar naar de weerd om koeien te melken. Mee achter op de kar en bij de Rijn boten kijken. Een andere boer kwam nog met een ponykar. In de zomer naar de Kuilekamp om te helpen met hooien. Flessen limonade in de slootkant zodat het drinken koel blijft. Naar de kikkers kijken en maken dat je wegkomt als het gaat onweren. Naar de kersenbongerd bij buurman Geurt Bunt. Met twee kersen om elk oor heb je oorbellen. In juli naar de vierdaagse kijken. De eerste blaren moesten bij Valburg al doorgeprikt worden. Met de fiets naar de Westerbouwing. Wat een eind fietsen over die dijk!

Één keer in de week op zaterdagavond om beurten in de keuken in de teil voor een wasbeurt. Voor de ouderen was er een bak met water in het voorhuis. Poepen op een plee waarin je alle voorgangers kon bewonderen. Verstoppertje spelen op de deel en je verstoppen in de voertonnen met heerlijke veekoek. Pinkelen en bamzwaaien. Opa achterin De Boerderij.

Piepers rooien en om dit te vieren 's avonds een grote pan met balkenbrij op tafel. 's Avonds mee naar de ouwe schuur om keujes te voeren en altijd weer schrikken van het lawaai dat ze maken als ze denken dat er iets valt te eten. Fokkie en Jopie, jarenlang onze trouwe waakhonden en prima rattenvangers!

Sinterklaas vieren in de bestekamer met chocolademelk uit zo'n prachtig melkstel en pa die elk jaar weer net even moest afvoeren. Bij terugkomst had Sinterklaas net z'n zak cadeautjes afgeleverd en waren de klompen, met voer voor het paard van Sint, ook leeg. In de winter de vensters dicht doen als het al donker is en doodsbang om het huis lopen.  Pa die met een tak uit de dennenboom een kerstboom in huis haalde waar we trots op waren.

Dagelijks een hoofdstuk uit de Bijbel, een berg vaat in de geutsteen en wekelijks negen paar schoenen om te poetsen. Kinderen krijgen van de ooievaar.

Altijd volk: de kruidenier, de bakker, de kolenboer, de meelboer, de sigarettenverkoopster, de varkenskoper, de veehandelaar, de thuisslager, de scherensliep, buurvrouw Kee voor haar dagelijkse kan met melk, een buurman voor een borreltje en Chris Jansen voor smeuïge verhalen over oud-Randwijk. En altijd koffie, die je in beetjes op je schoteltje giet om snel op te kunnen drinken. Rustig maar: 't is geen hooien!


eerste publicatie: 26 februari 2010
update: 3 februari 2012

12 januari 2006

Het Klaphek - In de Tweede Wereldoorlog


Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kon er in de meidagen van 1940 geen melk worden geleverd aan melkfabriek Concordia in Wageningen. Om de melk toch kwijt te raken werd op de boerderij boter gekarnd die aan de Randwijkse bevolking te koop werd aangeboden.

In de Tweede Wereldoorlog werd er in het najaar van 1944 in de omgeving van Randwijk zwaar gevochten. Net als vele andere Betuwse inwoners, evacueerden de bewoners: de familie Van Deelen in die tijd naar Eindhoven en naar België. De boerderij Het Klaphek werd in deze tijd gebruikt voor inkwartiering van respectievelijk Duitsers en Engelsen.

Op zondagavond 24 september 1944 werd een Mosquito MT 134 jachtbommenwerper van de RAF 613 Squadron, waarschijnlijk door eigen vuur neergehaald. Het vliegtuig stortte neer achter de woning van de familie C. Arnoldussen aan de Hemmensestraat en vloog direct gedeeltelijk in brand. Zowel de piloot Flying Officer Arthur W. Grime als de navigator Sergeant James McDowell kwamen daarbij om het leven. Zij werden eerst naast elkaar begraven op het erf van boerderij Het Klaphek op de hoek Bredeweg - Nijburgsestraat, een halve meter van de weg en evenwijdig aan de Nijburgsestraat, tegenover café Sanders. Het was een provisorisch graf, want ooggetuigen zagen de neuzen van de schoenen door de aarde steken; de hoofden richting Heteren, de voeten richting Zetten. Op het graf stond een wit houten kruis. Later zijn zij met militaire vrachtwagens opgehaald en herbegraven op de Airborne begraafplaats te Oosterbeek. Een derde bemanningslid overleefde het ongeval.

Toen de Duitsers rond oktober 1944 de Rijndijk opbliezen, kwam het water de Betuwe binnen. Omdat de boerderij op een terp is gelegen, viel de waterschade daar erg mee.

Het geëvacueerde buurmeisje van de familie Van Deelen: Dora Sanders, schrijft op dinsdag 13 februari 1945 een brief aan de familie. Hierin vertelt zij over hun leven op het evacuatieadres en komt het verlangen naar een snelle terugkeer naar Randwijk naar voren.

Toen de familie Van Deelen weer terugkeerde op de boerderij bleek deze hier en daar flink beschadigd. Zo was de aangrenzende schuur geraakt door een voltreffer en was in en om de boerderij veel vernield. Deze oorlogsschade is getaxeerd op een bedrag van Hfl. 3.608,--, zijnde "rechten jegens de Staat der Nederlanden". Het betreffende schadegeval is geregistreerd bij de Schade Enquête Commissie te Nijmegen. De boerderij was zodanig beschadigd dat de eigenaar overwoog de boerderij af te laten breken. Met de mensen van de "wederopbouw" kwamen de bewoners echter overeen dat zij de boerderij zouden herstellen in ruil voor onderdak. Aan zo'n veertig werklieden van de wederopbouw werd daarom tijdelijk onderdak verleend.


eerste publicatie: 26 februari 2010
update: 22 augustus 2014

11 januari 2006

Het Klaphek - De eigenaren en bewoners tot 1781

Kaart van Randwijk 1867
Reinier van Haeften en Adriana Maria de Cocq van Delwijnen, eigenaar

Reinier van Haeften werd geboren op 25 april 1646 te Ophemert als zoon van Walraven van Haeften en Fransina van Cockengen. Hij is overleden op 24 januari 1733, begraven te Ophemert. Hij was gehuwd met Adriana Maria de Cocq van Delwijnen (dochter van Adriaen de Cocq van Delwijnen en Anna van Gendt). Zij is geboren in 1653 te Eck en Wiel en overleden in 1709 te Ophemert

kinderen uit het huwelijk van Reinier van Haeften en Adriana Maria de Cocq van Delwijnen:

1. Henriëtte Francoise van Haeften
2. Adriana Margriet van Haeften, geboren 1692, ongehuwd, overleden 1749
3. Walraven van Haeften, geboren op 25 oktober 1683, heer van Ophemert en Zennewijnen, geadmitteerd in de Ridderschap, dijkgraaf van de Tielerwaard, ambtman van Bommel, Tieler- en Bommelerwaard, overleden op 30 september 1746, begraven te Ophemert, op 30 juli 1717 gehuwd met Francoise van Till (dochter van Gijsbrecht en Elisabeth Margriet van Olmus, genaamd Mulsro), geboren op 26 januari 1730
4. Barthold van Haeften, geboren op 19 september 1692, geadmitteerd in de Ridderschap, heer van Wadenoyen, heer van Ophemert en Zennewijnen, dijkgraaf en ambtman van Bommel, Tieler- en Bommelerwaard, gecommitteerde van Gelderland in de Staten Generaal, overleden op 10 december 1772 te Nijmegen, begraven te Ophemert, op 23 september 1719 gehuwd met Margriet van Lynden (dochter van Derk Wolter van Lynden, heer van Blitterswijck en Anna Ursula van Reede), geboren op 26 maart 1700 te Amerongen, overleden op 26 juli 1761, begraven te Ophemert

Adriana Margriet van Haeften, eigenaar vanaf 1709 tot 1749

Adriana Margriet van Haeften erft in 1709 het volgende van haar moeder Adriana Maria de Cocq van Delwijnen:
“Een bouwhof te Randwijck in Overbetuwe gelegen, groot veertich mergen, belast met tijns van negen gulden jaerlyxs aen de Pastorije aldaer."
Haar broer Barthold is de enige uit het gezin met nakomelingen. De boerderij kwam waarschijnlijk door vererving in het bezit van zijn 5e kind en dochter Margriet Reiniera van Haeften.

Evert Ludolph Hendrik van Heeckeren tot Walijen en Margaritha Reijniera van Haeften, eigenaar tot 1781

Evert Ludolph Hendrik van Heeckeren tot Walijen werd op 22 juni 1734 in Ruurlo als zoon van Ludolf Hendrik Burchard Silvius van Heeckeren en Susanne Johanna Everdina Valck van Onstein geboren.  Evert was heer van Kemnade en Waliën en burgemeester van Zutphen. Hij trouwde op 10 februari 1754 in Den Haag met Agnes Adriana Lubberta van Heeckeren (dochter van Walraven Robert van Heeckeren en Johanna Sophie van den Bussche), geboren op 30 april 1732 in Zutphen en overleden op 16 december 1762 in Zutphen. Evert hertrouwde op 29 juli 1764 in Nijmegen met Margaritha Reijniera van Haeften (dochter van Barthold van Haeften en Margriet van Lynden), geboren op 23 juni 1726 te Nijmegen, overleden op 8 september 1797 te Bergh. Evert overleed op de leeftijd van 70 jaar op 22 juni 1804 in Bergh.

Uit het huwelijk van Evert Ludolph Hendrik van Heeckeren en Susanne Johanna Everdina Valck van Onstein:

1. Ludolf Frederik Hendrik van Heeckeren, geboren op 12 juli 1758 te Zutphen, overleden op 1 januari 1798 te Zutphen, gehuwd met Anna Coenradina van Haersolte
2. Walraven Robert Evert van Heeckeren, geboren op 12 juli 1759 te Zutphen, overleden op 21 september 1833 te Zutphen, gehuwd op 13 augustus 1780 met Amoena Sophia Frederica van Diepenbroich (dochter van Bertram Philipp Sigismund van Diepenbroich en Amone Sophie van Lowenstein Wertheim), geboren op 25 oktober 1754, overleden op 12 januari 1832

Jacob van Ommeren, pachter en bewoner tot 1781

Op 5 maart 1781 verkochten Baron Evert Ludolph Hendrik van Heeckeren tot Walijen en Margaritha Reijniera Barones Heeckeren en Haeften de boerderij, toentertijd aangeduid via huisnummer 64, voor een bedrag van 7.799,00 Hfl. aan Stoffel Sipman. Een bedrag van 5.799,00 Hfl. werd geleend van het verkopende echtpaar.  Er werd beschreven dat het geleende bedrag na 6 jaar geheel zou moeten worden afgelost. De resterende 2.000 Hfl. werd eveneens van het echtpaar geleend. Borg voor dit bedrag stonden Jenneken Penderaadt, de moeder van Stoffel Sipman en Peeterke Jansen van Doorn.
De boerderij werd bij de totstandkoming van deze transactie omschreven als: 
“eenen bouwhoff onder het kerspel Randwijck ampte Overbetuwe gelegen, bestaande in huis, schuur, berg, gakhuis, hof en boomgaard, weide en bouwlanden, tesamen groot ongeveer in de veertig morgen". Het pand is bezwaard met een "jaarlijkse rente van negen guldens, ten behoeve van den praedikant te Randwijck".

Jacob van Ommeren wordt genoemd als pachter. Johannes Doeleman en D. van Hattem staan vermeld als erfpagter.

Ik neem aan dat Margriet Reiniera van Haeften de boerderij, eventueel via haar vader Barthold, kan hebben geërfd van haar ongehuwde tante.


eerste publicatie: 26 februari 2010
update: 30 november 2011 

10 januari 2006

Het Klaphek - De eigenaren en bewoners van 1781 tot 1817

Overlijdensakte Stoffel Sipman 1826
Stoffel Sipman en Gerritje Philipzen - Hermina Rutten, eigenaar van 1781 tot 1817, bewoner in 1817

Stoffel Sipman werd rond 1757 in Opheusden geboren als zoon van Aalbert Sipman en Jenneke Penderaad. Als doopplaats staat Wageningen vermeld. Stoffel was bouwman of landbouwer van beroep. Voor 1777 trouwde hij met Gerritje Philipzen. Na het overlijden van Gerritje trouwde hij als 57-jarige op 1 oktober 1814 in Hemmen met de 26 jaar oude, uit Randwijk afkomstige, Hermina Rutten (dochter van tabaksplanter Melgart of Mels Rutten en Hendrina van Rheeden of Johanna Reeden). Zij is tapster van beroep. Stoffel overleed op 23 september 1826 te Heteren. Hermina overleed op 3 juli 1845 te Randwijk.

kinderen uit het huwelijk van Stoffel Sipman en Gerritje Philipzen:

1. Peterke Sipman, geboren 11 maart 1782, gedoopt op 17 maart 1782 te Randwijk, overleden op 16 januari 1844 te Lakemond, gehuwd op 17 januari 1805 met Willem van Gelder (zoon van Jakob van Gelder en Geertruida Willemsen), geboren rond 1774 te Lakemond, tapper/herbergier van beroep, overleden op 1 maart 1838 te Lakemond
2. Albert, geboren op 16 april 1783, gedoopt op 20 april 1783 te Randwijk, overleden ws. 11 oktober 1783 te Randwijk
3. Jenneken, geboren op 30 november 1784, gedoopt op 5 december 1784 te Randwijk, overleden ws. voor 1793
4. Aalbert, geboren op 28 februari 1786, gedoopt op 5 maart 1786 te Randwijk, overleden ws. voor 1797
5. Geertrui, geboren op 29 maart 1789, gedoopt op 5 april 1789 te Randwijk, tapster van beroep, overleden
- gehuwd op 10 april 1807 te Herveld met Dirk van Rekum (zoon van Johannes van Rekum en Maria Philipsen), geboren op 14 december 1779 te Meeteren, gedoopt op 17 december 1779, overleden op 28 juli 1813 te Meeteren
- gehuwd op 3 maart 1821 te Opijnen met Richardus/Rijk van den Dungen (zoon van Wilhelmus van den Dungen en Maria Pijl), geboren te Est, gedoopt op 18 februari 1778  in de Rooms-Katholieke kerk te Varik, landman van beroep, overleden op 15 juli 1839 te Est en Opijnen
6. Diderika Sipman, geboren op 22 oktober 1791, gedoopt op 23 oktober 1791 te Randwijk, overleden op 16 maart 1870 te Arnhem, gehuwd op 5 mei 1818 te Nijmegen met Willem van Dam (zoon van Willem van Dam en Cornelia Donck), geboren op 18 december 1796 te Nijmegen, winkelier van beroep (1825)/bewaarder Belvedere Nijmegen (1840), overleden rond 1872 te Nijmegen
7. Jenneken, geboren op 17 juli 1793, gedoopt op 21 juli 1793 te Randwijk, dienstbaar, winkelierse van beroep, overleden op 2 juni 1866 te Lienden
- gehuwd op 23 mei 1821 te Lienden met Willem Hasselman (zoon van Gijsbert Hasselman en Johanna de Kock), geboren op 20 augustus 1780 te Lienden, gedoopt op 27 augustus 1780 te Lieden, landbouwer van beroep, overleden op 8 november 1825 te Lienden
- gehuwd op 16 maart 1827 te Lienden met Willem van Grootveld (zoon van Willem van Grootveld en Aaltje Doornebal), geboren op 23 september 1795 te Lienden, gedoopt op 27 september 1795 te Lienden, landbouwer van beroep, overleden op 5 juni 1870 te Rhenen
8. Jantje Sipman, geboren op 30 maart 1795, gedoopt op 6 april 1795 te Randwijk, dienstmaagd van beroep, overleden op 31 mei 1819 te Nijmegen
9. Albert Sipman, geboren op 15 juli 1797, gedoopt op 23 juli 1797 te Randwijk, landbouwer van beroep, overleden op 28 mei 1834 te Randwijk
10. Derk, geboren op 25 maart 1800, gedoopt op 30 maart 1800 te Randwijk, overleden ws. voor 1802
11. Derk Sipman, geboren op 11 maart 1802, gedoopt op 14 maart 1802 te Randwijk, landbouwer, later tabaksplanter van beroep, overleden op 9 december 1876 te Randwijk, op 23 maart 1826 te Heteren gehuwd met Naleke Jager (dochter van NN en tabaksplantster Maria Jager), geboren te Randwijk, gedoopt op 23 november 1800 te Randwijk, overleden op 8 juli 1868 te Heteren

kinderen uit het huwelijk van Stoffel Sipman en Hermina Rutten: 

12. Jan Sipman, geboren op 12 september 1814 te Randwijk, tabaksplanter van beroep, overleden op 11 mei 1878 te Beuningen
13. Gerrit Sipman, geboren op 11 februari 1816 te Randwijk, tabaksplanter van beroep, overleden op 20 februari 1881 te Hien/Dodewaard, gehuwd op 14 december 1848 te Beuningen met Neeltje van het Lindenhoud (dochter van grondeigenaar Nicolaas Heinrich van het Lindenhoud en Cornelia Hendrica Vermeer), geboren op 1 november 1823 te Nijmegen, overleden op 18 maart 1860 te Dodewaard
14. Johanna Sipman, geboren op 25 mei 1818 te Randwijk, overleden op 30 september 1900 te Heteren, gehuwd op 27 maart 1847 te Heteren met Geurt Teunissen van Manen (zoon van tabaksplanter Evert Teunissen van Manen en Geertruida van de Wal), geboren op 21 oktober 1819 te Randwijk, arbeider later tabaksplanter van beroep, overleden op 16 januari 1892 te Randwijk
15. Adriana (roepnaam: Jantje) Sipman, geboren op 8 februari 1821 te Randwijk, overleden op 14 oktober 1865 te Heteren, gehuwd op 31 augustus 1843 te Heteren met Derk Goedvriend (zoon van boomkweker Francis Goedvriend en Petronella Heijmeriks), geboren op 12 mei 1818 te Wijchen, timmerman van beroep, overleden op 19 augustus 1908 te Heteren

Op 27 december 1805 werd vastgelegd dat Stoffel Sipman een bedrag van 7.999,00 Hfl. schuldig is aan Walravan Robbert van Heeckeren van Walijen en Amoena Sophia Frederica gravinne van Gronsveldt Limpurgh. De lening, die in 1787 zou moeten zijn afgelost, staat in 1805 nog geheel open.
Op 2 juli 1810 werd vastgelegd dat Stoffel Sipman een bedrag van 999,00 Hfl. schuldig is aan de zussen Jonkvrouwen Roelanda en Johanna Engelen. Als onderpand wordt onder andere de boerderij genoemd. Op 3 juli 1810 werd vastgelegd dat Stoffel Sipman een bedrag van 7.999,00 Hfl. schuldig is aan de heer Arnold Engelen.

Opvalt bij de familie Sipman dat het beroep tabaksplanter zo vaak wordt genoemd. Rond 1850 werd in de Betuwe volop tabak geteeld en stonden er veel tabaksschuren. Aan het eind van de 19e eeuw is de concurrentie met de in warmere streken geteelde tabak sterk en neemt de tabaksteelt geleidelijk af om na de Tweede Wereldoorlog geheel te verdwijnen.

De boerderij werd op 9 december 1817 verkocht door de familie Sipman aan Gerrit van de Pol en Aagje Speijers. Deze koop werd in een koopakte (klik op link voor volledige tekst) vastgelegd door Notaris G. van der Zande te Opheusden. De omschrijving was als volgt: "Zes zevende gedeelte van eenen Bouwhof, bestaande in Huis nr. 64, Bakhuis, Kernmolen, Schuur, twee Bergen, Hof, Boomgaard, Wei- en Bouwlanden, tesamen groot ongeveer twee en veertig Morgen, alles onder Randwijck voornoemd kennelijk gelegen en bij den eerste Comparant met Zijne huisvrouw Hermina Rutten alsnog bewoond en gebruikt wordende; - zulks met alle zodane lusten en lasten, regten en geregtigheden, active en passive serviteiten, uit en overwegen, Dijken, Zandpaden, Hammen, Zegen, Weteringen of waterlossingen als vanouds en met regt daar toe gehoord hebben en alsnog gehorende zijn, speciaal beswaart met een Rente van negen gulden ’s jaars ten behoeve van den Predikant te Randwijck."
Het bedrag waarvoor de boerderij werd verkocht is 15.500 Hfl. De kopers nemen hierin twee bestaande schulden over. Het gaat om een schuld van 999 Hfl. aan Roelanda en Johanna Engelen uit Nijmegen en een schuld van 7.999 Hfl. aan Arnold Engelen uit Nijmegen.

Stoffel Sipman overleed in 1826 in Randwijk zonder uiterste wilsbeschikking en liet Hermina Rutten en beider vier kinderen volgens de Memories van Successie het volgende na:
  • vier bunder bouwland, gelegen bij de zandrug onder Zetten, genaamd De Vier Morgen;
  • bijna drie bunder bouwland, mede onder Zetten, en naast het vorige stuk gelegen, Den Vries genaamd;
  • ongeveer drie bunder weiland, gelegen onder Andelst aan de Polderstraat, nabij de bouwhof Het Slop;
  • ongeveer vierenhalve bunder bouwland, gelegen onder Randwijk, aan de straat en genaamd Den Vries;
  • bijna tweeëndertig roeden aardappelenland, gelegen achter het dorp Randwijk.
Hermina Rutten overleed in 1845 in Randwijk en liet haar vier kinderen volgens de Memories van Successie het volgende na:
  • een hofstede onder Randwijk, kadastraal gelegen op C237, C238 en C239, groot 31 roeden;
  • twee stukjes tabaksland gelegen onder Randwijk, kadastraal gelegen op C163 en C283.
De Rooms Katholieke parochie van Varik erfde van Rijk van den Dungen, de man van Geertrui Sipman, al zijn landerijen. Deze landerijen werden getaxeerd op een bedrag van Hfl. 32.665,00. De financiële problemen van de parochie van Varik waren hiermee in één keer voorbij.

eerste publicatie: 26 februari 2010
update: 21 juni 2015

09 januari 2006

Het Klaphek - De eigenaren en bewoners van 1817 tot 1870

Doopakte Gerrit van de Pol 1783
Gerrit van de Pol en Aagje Speijers, eigenaar van 1817 tot 1870 en bewoner vanaf 1817 tot 1870

Gerrit van de Pol werd op 31 mei 1783 geboren als zoon van, landbouwer op boerderij de Wylickshof te Lakemond bij Opheusden, Thomas Pelgrims van de Pol en Grietje Reijers Otten, broeder- en zusterskinderen. Gerrit was respectievelijk landbouwer, herbergier, koopman, landbouwer van beroep. Op de leeftijd van 27 jaar trouwde hij op 31 maart 1811 te Heteren met de 24-jarige uit Heteren afkomstige boerendochter Aagje Speijers (dochter van, landbouwer op boerderij De Prinsenhof resp. De Rode Toren te Heteren, Geurt Speijers en Jacoba Geurtsen), geboren op 26 september 1786, gedoopt op 1 oktober 1786 te Heteren. Aagje werd op 13 april 1810 ingeschreven als lidmaat van de kerkelijke gemeente te Heteren. Gerrit overleed op 11 april 1867 te Randwijk in de leeftijd van 84 jaar. Aagje overleed op 22 maart 1870 te Randwijk in de leeftijd van 83 jaar.

kinderen uit het huwelijk van Gerrit van de Pol en Aagje Speijers:

1. Tomas van de Pol, geboren op 4 maart 1812 te Wageningen, overleden op 23 juni 1812 te Wageningen
2. Jacoba van de Pol, geboren op 28 april 1813 te Wageningen, gedoopt te Randwijk in 1813, overleden op 17 december 1831 te Randwijk
3. Grietje van de Pol, geboren op 1 juli 1814 te Wageningen, overleden op 26 mei 1875 te Randwijk, op 15 november 1838 te Heteren gehuwd met Johannes Slothouber (zoon van conrector van Latijnsche school te Wageningen Jacobus Slothouber en Johanna Geertruida Lammers), geboren rond 1807 te Arnhem, schoolmeester van beroep, overleden op 22 december 1889 te Heteren
4. Tomas van de Pol, geboren op 12 november 1815 te Wageningen, overleden op 13 november 1815 te Wageningen
5. Adriana Hendrica van de Pol, geboren op 6 november 1816 te Wageningen, overleden op 27 februari 1898 te Randwijk, begraven op de Nederlands Hervormde begraafplaats te Randwijk, op 29 april 1852 te Heteren gehuwd met Gerrit van Eck (zoon van landbouwer Jacobus van Eck en Cornelia de Kruijf), geboren op 23 september 1824 te Indoornik, landbouwer van beroep, overleden op 18 november 1912 te Randwijk, begraven op de Nederlands Hervormde begraafplaats te Randwijk
6. Thomas van de Pol, geboren op 23 augustus 1818 te Randwijk, overleden op 5 april 1821 in de gemeente Heteren.
7. Hendrina van de Pol, geboren rond 1821 te Randwijk, overleden op 24 december 1842 te Randwijk
8. Pellina Maria van de Pol, geboren rond 1823 te Randwijk, overleden op 16 juni 1861 te Heteren
9. NN van de Pol, levenloos geboren op 13 juni 1824 in de gemeente Heteren
10. Geurtje van de Pol, geboren rond 1826 te Randwijk, overleden op 19 februari 1877 te Hemmen, op 3 maart 1847 te Heteren gehuwd met Rijk van Eck (zoon van landbouwer Jacobus van Eck en Cornelia de Kruijf) geboren rond 1823 te Cothen, landbouwer van beroep, later burgemeester van Hemmen, overleden op 4 juni 1899 te Hemmen. 
11. Thomas van de Pol, geboren in maart/april 1827 te Randwijk, overleden op 18 januari 1828 in de gemeente Heteren

Gerrit en Aagje gingen eerst wonen op boerderij De Wolfswaard, voorheen ook veerhuis en gelegen op de heerlijkheid Wolfswaard, op het adres Aan de Rijn 12 in Wageningen. Rond 1817 betrokken zij boerderij Het Klaphek in Randwijk. Mogelijk heeft het feit dat het aan Wageningse zijde gelegen deel van de heerlijkheid Wolfswaard vanaf 1817 bij de Gemeente Wageningen is gevoegd met deze verhuizing te maken.

Volgens de "oorspronkelijke aanwijzende tafel en der ongebouwde en gebouwde vaste eigendommen" zijnde kadastrale gegevens 1811-1832 was Gerrit eigenaar van de volgende percelen in Randwijk, zijnde en behorende bij boerderij Het Klaphek:

(oppervlakten aangegeven in respectievelijk bunders, roeden en ellen)
Sectie B:
perceel - groot 5.84.60
perceel 59 - weiland - groot 2.30.00 (De Lange Akker)
perceel 60 - weiland - groot 1.81.80
Sectie C:
perceel 149 - boomgaard - groot 0.29.10 
perceel 150 - huis en erf - groot 0.18.60
perceel 151 - tuin - groot 0.21.10
perceel 152 - boomgaard - groot 0.51.70
perceel 153 - weiland - groot 2.15.20 
perceel 154 - bouwland - groot 4.23.20
perceel 155 - bouwland - groot 9.53.60
als perceel 150bis stond een bakhuis aangegeven. Deze is doorgehaald.
perceel 372 - bouwland - groot 4.25.60
perceel 375 - bouwland - groot 2.59.40
perceel 376 - bouwland - groot 5.34.00

Gerrit overleed in 1867 in Randwijk. Hij had geen testament opgemaakt. Zijn drie, nog in leven zijnde, kinderen erfden volgens de Memories van Successie de helft van zijn bezittingen, zijnde:

(oppervlakten aangegeven in respectievelijk bunders, roeden en ellen)
Sectie B:
perceel - groot 5.84.60
perceel 59 - weiland - groot 2.30.00 (De Lange Akker)
perceel 60 - weiland - groot 1.81.80
Sectie C:
perceel 149 - boomgaard - groot 0.29.10 
perceel 150 - huis en erf - groot 0.18.60
perceel 151 - tuin - groot 0.11.10
perceel 152 - boomgaard - groot 0.51.70
perceel 153 - weiland - groot 2.15.20 
perceel 154 - bouwland - groot 4.23.20
perceel 155 - bouwland - groot 9.53.60
perceel 195 - weiland - groot 2.88.70
perceel 196 - weiland - groot 2.41.40
perceel 221 - bouwland - groot 2.92.00
perceel 376 - bouwland - groot 5.34.00
perceel 495 - huis en erf - groot 0.02.00
perceel 496 - bouwland - groot 2.57.00
Sectie D:
perceel 49 - uiterwaard - groot 1.18.80
perceel 50 - uiterwaard - groot 5.48.70

Zijn weduwe Aagje Speijers erfde de helft van zijn bezittingen en daarnaast het volgende:
Sectie C:
perceel 548 - huis en erf - groot 00.04.40
perceel 549 - bouwland - groot 01.47.98

Dochter Geurtje was getrouwd met Rijk van Eck. Rijk was burgemeester van Hemmen waarschijnlijk vanaf rond 1877 tot zijn overlijden op 4 juni 1899 en heeft  in die hoedanigheid Frans Godert Baron van Lynden van Hemmen opgevolgd. Deze baron was de laatste telg uit het adellijke geslacht Van Lynden van Hemmen, dat vanaf 1361 in Hemmen had gewoond.

In de Memories van Successie, opgemaakt na het overlijden van Aagje Speijers in 1870, worden de volgende bezittingen genoemd:


(oppervlakten aangegeven in respectievelijk bunders, roeden en ellen)
Sectie B:
perceel - groot 5.84.60
perceel 59 - weiland - groot 2.30.00 (De Lange Akker)
perceel 60 - weiland - groot 1.81.80
perceel 195 - weiland - groot 2.88.70
perceel 196 - weiland - groot 2.42.40
perceel 221 - bouwland - groot 2.92.00
Sectie C:
perceel 149 - boomgaard - groot 0.29.10 
perceel 150 - huis en erf - groot 0.18.60
perceel 151 - tuin - groot 0.11.10
perceel 152 - boomgaard - groot 0.51.70
perceel 153 - weiland - groot 2.15.20 
perceel 154 - bouwland - groot 4.23.20
perceel 155 - bouwland - groot 9.53.60
perceel 195 - weiland - groot 2.88.70
perceel 372 - bouwland - groot 4.25.60
perceel 196 - weiland - groot 2.41.40
perceel 376 - bouwland - groot 5.34.00
perceel 495 - huis en erf - groot 0.02.00
perceel 496 - bouwland - groot 2.57.00
perceel 548 - huis en erf - groot 00.04.40
perceel 549 - bouwland - groot 01.47.98
Sectie D:
perceel 50 - uiterwaard - groot 5.48.70
perceel 161 - weiland - groot 1.07.80

Dochter Adriana ging op de boerderij wonen.

eerste publicatie: 26 februari 2010
update: 21 juni 2015

08 januari 2006

Het Klaphek - De eigenaren en bewoners van 1870 tot 1931

Een van de kippenhokken rond de boerderij richting de bongerd
Gerrit van Eck en Adriana Hendrica van de Pol, eigenaar van 1870 tot 1898 en bewoner vanaf 1817 tot 1912

Gerrit van Eck werd op 23 september 1824 in Indoornik geboren als zoon van Jacobus van Eck en Cornelia de Kruijf. Hij was landbouwer van beroep. Op de leeftijd van 27 jaar trouwde hij op 29 april 1852 te Heteren met de 35-jarige Wageningse van geboorte boerendochter Adriana Hendrica van de Pol. Gerrit overleed op de 18 november 1912 te Randwijk in de leeftijd van 88 jaar, Adriana Hendrica overleed op 27 februari 1898 te Randwijk in de leeftijd van 81 jaar.

kinderen uit het huwelijk van Gerrit van Eck en Adriana Hendrica van de Pol:

1. Pellina Maria van Eck, geboren op 6 december 1853  te Randwijk, overleden op 26 september 1902 te Heteren, begraven op de Nederlands Hervormde begraafplaats te Randwijk
2. Jacobus Cornelis van Eck, geboren op 22 juli 1856 te Randwijk, eerst secretaris en ontvanger der Gemeente Heteren, later burgemeester van de Gemeente Heteren van beroep, overleden op 12 januari 1931 te Heteren, begraven op de Nederlands Hervormde begraafplaats te Randwijk, op 10 mei 1899 te Wymbritseradeel gehuwd met Titia Tromp (dochter van assuradeur, directeur Woudsend verzekeringen: Wigle Ages Tromp en Maria Oldendorp), geboren op 22 juli 1866 te Woudsend, overleden op 19 maart 1950 te Velp, begraven op de Nederlands Hervormde begraafplaats te Randwijk
3. Cornelia Gerritdina van Eck, geboren op 9 augustus 1860 te Randwijk, overleden op 24 februari 1930 te Randwijk, begraven op de Nederlands Hervormde begraafplaats te Randwijk

Volgens de Memories van Successie was het bezit van Adriana Hendrica als volgt:
Bezittingen:
1. Roerende goederen ter waarde van Hfl. 6000,00
2. Onroerende goederen ter waarde van Hfl. 40.800,00
3. Effecten (pandbrieven van de Friesch-Groningsche Hypotheekbank en effecten van de Effectenbeurs in Amsterdam ter waarde van Hfl. 10.162,50
Schulden:
Het totaalbedrag aan nog niet betaalde rekeningen bedroeg Hfl. 1.266,82.

De onroerende goederen waren de volgende (aangegeven in hectare, are, centiare):
Sectie B:
perceel 49 - weiland - groot 1.92.90
perceel 60 - weiland - groot 1.81.80
perceel 76 - weiland - groot 2.92.30
Sectie C:
perceel 149 - boomgaard - groot 0.29.10
perceel 152 - boomgaard - groot 0.51.70
perceel 372 - bouwland - groot 4.25.60
perceel 585 -  bouwland - groot 0.84.90
perceel 638 - bouwland - groot 4.53.60
perceel 698 - tuin - groot 0.22.20
perceel 699 - huis, schuur en erf - 0.17.50

Pellina Maria van Eck, Jacobus Cornelis van Eck en Cornelia Gerritdina van Eck, eigenaren tussen 1899 en 1914

Na de dood van Adriana Hendrica van de Pol, bleef Gerrit van Eck met het recht op vruchtgebruik tot zijn dood op de boerderij wonen. De boerderij werd aan de kinderen nagelaten. De gebouwen waren voor Pellina Maria.

Cornelia Gerritdina van Eck, bewoner van 1860 tot 1930, gedeeld eigenaar van 1899 tot 1914 en volledig eigenaar van 1914 tot 1930

Cornelia Gerritdina van Eck werd op 9 augustus 1860 in de gemeente Heteren geboren als derde en jongste dochter van Gerrit van Eck en Adriana Hendrica van de Pol. Cornelia Gerritdina was lange tijd ziek en werd verzorgd door zuster Sanders. Op 24 februari 1930 overleed Cornelia Gerritdina te Randwijk en is begraven op de Nederlands Hervormde begraafplaats aldaar.

Mejuffrouw Van Eck liet, zoals toen gebruikelijk was, regelmatig de opbrengsten uit de boomgaarden van voor en achter het huis, zijnde appels en peren, verkopen door Notaris G.A. de Meester. Ook de verhuur van De Kuilekamp, een stuk weiland ter grootte van 2.92.30 ha. werd via de notaris per jaar verpacht voor vier schaar hoornvee, 1 oud paard of 2 jonge paarden. Datzelfde gold voor de 1.92.90 ha. van de Indoorniksche weide, voor drie schaar, geen paarden of om uit te weiden met hoornvee.

In het blad De Gelderlander verscheen na haar overlijden op zaterdag 22 maart 1930 een advertentie met de volgende tekst:

"Notaris G.A. de Meester te Heteren zal op Donderdag 27 maart en 10 April a.s. des nam. 2 uur in het Veerhuis te Heteren,
PUBLIEK VERKOOPEN:
Voor den EdelAchtb. Heer J.C. van Eck te Heteren
De navolgende onroerende  goederen onder RANDWIJK, kad. Gem. Randwijk, ter gezamelijke groote van 13.28.0 H.A. te weten:
Perc. I de Hofstede a.d. Randwijkschestraat hoek Breedestraat, bestaande uit Woonhuis,  Schuur, Erven, Tuin Boomgaard, kad. Sectie C. no. 152, 148, 698 en 699 groot 1.20.50 H.A.
Perc. II Het aan de overzijde van de Randwijkschestr. Tegenover perc. I gelegen Wijland De Langeakkers kad. Sectie B no. 60 groot 1.81.80 H.A.
Perc. III Het achter perc. IV gelegen Teelland de Achterste Reuvel kad. Een Noord-Oost. Deel  van Sectie C no. 638, in twee gedeelten:
a.  het Oostelijk stuk groot ong. 1.01.80 H.A.
b. het Westelijk stuk groot ong. 1.11.70 H.A.
Perc. IV Het Teelland aan de Breedestraat genaamd de Voorste Reuvel, kad. Het overige ged. Van gezegd no. 638, in twee gedeelten.
a. het Oostelijk stuk groot ong. 1.16.00 H.A.
b. het Westelijk stuk groot ong. 1.24.18 H.A.
Perc. V. De tegenover Perc. IV gelegen jonge boomgaard Judokesland kad. Sectie C no. 585 groot 86.90 Aren.
Perc. VI. D Weide genaamd Indoorniksche weide kad. Sectie B no. 49 groot 1.92.90 H.A.
Perc. VII De Weide de Kuilenkamp kad. Sectie B no. 76 groot 2.92.30.
In massa gaan de perc. I en II, IIIa en III b, IVa en IV b, III en IV in hun geheel, I tot en met IV en I tot en met VII.  Perc. III en IV zijn verpacht tot 1 Nov. 1931, perc. VI tot 5 Maart 1931.
Aanvaarding terstond na de gunning, met bijbetaling van 5% sedert dien dag tot den betaaldag. Betaling kooppenningen 15 juni 1930. 834. Nadere inlichtingen ten kantore van den Notaris.
Kijkdagen van het huis Dinsdags en Donderdags ’s middags van 1 tot 4 uur."

Het was crisistijd en als je de krant van die tijd nakijkt valt het op dat deze vol staat met hofsteden in de verkoop.

De boerderij werd verkocht aan Gerrit Jan van de Pol, hotelhouder te Wageningen.

eerste publicatie: 26 februari 2010
update: 21 juni 2015